1

Bericht uit Le Berry

19 jul, 2022 Onderdeel van poésies 

Ineke Holzhaus brengt een groot deel van het jaar door in de Berry. Ze is schrijver en theatermaker, acteerde, schreef en regisseerde bij diverse theatergezelschappen, maakte hoorspel voor radio en de HoorSpelFabriek en publiceert gedichten. In 2008 debuteerde ze met de dichtbundel Hond in Pompeï. In 2011 verscheen de bundel Waar je was, en in 2015 Bovengronds. Haar bundel Blijven en weggaan kwam in december 2016 uit. De cyclus De tuin van Nolde die daarin voorkomt werd bekroond met de Hofvijverpoëzieprijs. In oktober 2018 verscheen bij Ambo/Anthos haar eerste roman: Geef mijn vader. Het gedicht dat hier volgt zweeft tussen proza en poëzie in. De bundel waarin het is opgenomen zal verschijnen bij AzulPress met de titel In licht. Dit gedicht is een primeur.

Lees verder »

Een zuiderse droomfabriek

28 mei, 2022 Onderdeel van paysages 

Column door Ingrid Vander Veken

Bij het woord fabriek denk ik aan bandwerk en industrie. Maar dat is niet wat mijn tijdelijke stadsgenoten bedoelen, als ze het hebben over Les Fabriques. Zij verwijzen daarmee naar het vreemde stenen ensemble dat links van de baan verrijst, telkens ik Uzès nader.

Ik bleef het me maar afvragen. Wat was dit toch voor een allegaartje? Een staalkaart van antieke bouwkunst?  Een decor dat thuishoort in de Efteling of een soortgelijk pretpark? Een Las Vegas achtige hutsekluts van het Atheense Parthenon en de Luxor Obelisk in Parijs? En dat stond daar maar te staan, plompverloren, zonder enig aanwijsbaar nut.

Het stond er nog altijd, dit jaar. Zijn bestaansreden, of het totaal gebrek eraan, had ik intussen gedeeltelijk achterhaald. Fabrique stond voor wat de Engelsen folly noemen, een architectonisch gekkigheidje. Meer hoefde ik er niet achter te zoeken. Alleen blijkt dat er meer, veel meer zelfs, achter te vinden is. Een brok geschiedenis, een ambitieus plan.

Lees verder »

Auprès de ma blonde

29 apr, 2022 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Weten jullie nog wat het rampjaar was? Dat was het jaar dat ons kleine landje – oftewel onze Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden – van alle kanten werd aangevallen. Door Engeland die het op onze vloot had voorzien, door het machtige Frankrijk van Lodewijk XIV en door de bisschoppen van Munster en Keulen. De Franse legers trokken op 12 juni 1672 bij Lobith de Rijn over, wat hen toegang verschafte tot ons grondgebied. Een triomftocht! – totdat ze op de waterlinie stuitten (Muiden, Woerden, Gorkum). De polders die we, ten einde raad, onder water hadden gezet, nadat we de dijken hadden doorgeprikt, hielden de Fransen tegen. Waarna we met onderhandelen begonnen. We hadden geluk, Michiel de Ruyter had kort tevoren de Frans-Engelse vloot bij Solebay zo niet verslagen dan toch flink geteisterd, en dat versterkte onze onderhandelingspositie. Gevolg: de Fransen trokken zich terug. Wij slaakten een zucht van verlichting, want het had er wel erg beroerd uitgezien! Het volk was redeloos geweest (ze hadden uit pure ellende de gebroeders De Witt afgeslacht), de regering radeloos en het land reddeloos. Niet dus! – en twee jaar later waren we alweer sterk genoeg om een vergeldingsactie op touw te zetten. De vloot van admiraal Tromp deed een aanval op twee eilanden voor de westkust van Frankrijk: Belle Isle en Noirmoutiers. Niet dat deze actie nu zoveel consequenties had, op militair net zomin als op politiek vlak, maar onder de krijgsgevangenen die we bij deze inval maakten bevond zich een zekere André Joubert du Collet. En deze André Joubert du Collet is de auteur van een van de meest bekende, meest gezongen Franse volksliedjes: Auprès de ma blonde.

Lees verder »

Heimwee?

12 apr, 2022 Onderdeel van proses 

Column door Peter Hagtingius

Op het caféterras raakte ik in gesprek met iemand die ook zo’n Oranje paspoort heeft. Hij kwam ongevraagd naast me zitten, hij had mijn nationaliteit vermoedelijk geraden doordat ik nadrukkelijk een Heineken-biertje bestelde. Dat is afwijkend gedrag in mijn omgeving. Men drinkt Frans of eventueel Belgisch bier, in mijn dorp van niks is in elk geval het café internationaal georiënteerd. ’s Zomers zijn er ook wel toeristen. Ik schatte hem een jaar of zeventig, hij zag er een beetje kwetsbaar uit en droeg zo’n Van Gogh- zonnehoed terwijl het zwaarbewolkt was. Hij vroeg, nadat we het weer en de verkiezingen besproken hadden, of ik ook heimwee had. ‘Heimwee naar wat?’ informeerde ik amper belangstellend. Ik kon het antwoord wel raden. En inderdaad, hij ging terug naar Nederland. Niet dat ik zo geletterd ben, maar in een flits kwam dat ene zinnetje van Leo Vroman in me op dat ik altijd onthouden heb: “Liever heimwee dan Holland”.

Lees verder »

Verlaten spoor

30 mrt, 2022 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Wanneer je over de snelweg door Frankrijk reist, dan zie je Frankrijk niet op dezelfde manier als wanneer je gewone wegen neemt. Hetzelfde geldt voor het reizen met de trein of het varen over rivieren en kanalen. Het Frankrijk van de spoorbanen is een ander Frankrijk dan het Frankrijk dat je vanuit de boot meemaakt. Heb je genoeg van een bepaald stuk Frankrijk omdat je het zo langzamerhand wel kent, pak dan gewoon een ander vervoersmiddel. Wat blijkt? Je kijk op het betreffende stuk Frankrijk was maar zeer beperkt. Nu zie je opeens nieuwe dingen. Wanneer ik een verlaten spoorbaan tegenkom – en je hebt er veel in Frankrijk – dan denk ik altijd: jammer! Dat is een manier van het land beleven minder. Anders gezegd, dat is een Frankrijk minder.  

Lees verder »