1

Laten we het eens anders doen

8 jul, 2026 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Liesbeth verheugt zich elk jaar weer op die leuke dienst in het protestantse kerkje van La Luze. Een tweetalige dienst, Frans-Nederlands, waarvoor de plaatselijke protestantse kerk al sinds een paar jaar elke zomer de dominee van een buurgemeente uitnodigt, omdat die toevallig een Nederlander is. Een Nederlandse predikant die binnen de ‘Eglise protestante une de France’ zijn ambt uitoefent. En als hij daar dan staat, voorin in het kerkje, dan zie je aan hem dat hij er schik in heeft om weer eens in het Nederlands te kunnen bidden en preken.  Eerst alle teksten in het Frans, dan alles nog eens over in het Nederlands. Wat de dienst natuurlijk wel wat lang maakt – zeker voor vakantiegangers! Maar goed, er is geen avondmaal bij, dat is altijd weer zo’n twintig minuten gewonnen. Maar hij heeft gelijk, die dominee, al zit er maar een handjevol Fransen in de kerk en vallen ze in het niet naast de massale aanwezigheid van Nederlandse families, toch houden we vast aan het Frans. We zitten per slot van rekening in Frankrijk.

Lees verder »

De laatste Egmond

15 jun, 2026 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

We kennen elkaar nu al langer dan dertig jaar, de familie de L. en ik. Ik moet denken aan de eerste keer dat ik een borrel kwam drinken bij Jean-Hugues, de oudste zoon van Madame de L. Hij woont in een bijgebouw van het negentiende-eeuwse landhuis. Le pavillon wordt het genoemd. Jean-Hugues had voor zichzelf de eerste verdieping ingericht, typisch het onderkomen van een liefhebber van bergsport. Als het maar even kon, trok hij erop uit in de Pyreneeën, waarvan hij alle toppen had gedaan, en die voor hem geen geheimen meer hadden. Zijn passie was visvangen in bergbeken. Zijn flat – want zo mogen we het noemen – stond vol met visgerei, naast allerlei soortig bergbeklimmersmateriaal en voorts massa’s relieken: bijzondere stenen, gedroogde planten, gedroogde vissen… Toch was dat niet het enige wat je bij hem aantrof. Want er waren ook een paar stukken antiek bij waarvan het aspect mij als nogal vertrouwd voorkwam. “Herken je dit niet?” – vroeg Jean-Hugues. Hij wees me op een kussenkast op bollen poten, op een somber genrestuk in de stijl van Gerard Dou. “Ja…,” zei ik aarzelend. “Hollands!” verklaarde hij. “Ja,” zei ik, ditmaal vol overtuiging. En tegelijk verbaasd. Hoe kwam dat hier, bij de familie de L.? Zo helemaal aan de andere kant van Frankrijk, in het voorgebergte van de Pyreneeën? “Uit mijn familie, door een huwelijk met een Egmond.” Even terloops gezegd – waarna Jean-Hugues weer over een bergtocht begon. Ik raakte daarbij achterop, want dat ‘Egmond’ deed me dralen. Het had indruk op me gemaakt.

Lees verder »

Uit de cyclus Brieven aan Danièle C.

2 mei, 2026 Onderdeel van poésies 

Willem van Toorn is dichter, romancier en vertaler. Hij heeft vele werken op zijn naam staan. Voor de dichtbundels Het landleven (1981) en Eiland (1991) ontving hij respectievelijk de Jan Campertprijs en de Herman Gorterprijs. In 2010 ontving Van Toorn de Groenveldprijs van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor zijn bijdrage aan het debat over groene ruimte. In 2015 verschenen van hem een biografie van de uitgever Querido (Emmanuel Querido, een leven met boeken) en een essaybundel over Europese landschappen en de vrije markt, Zolang deze heuvels van aarde zijn, met foto’s door Ineke Holzhaus. Willem van Toorn overleed in de maand mei van het vorige jaar. Ineke Holzhaus stuurde me voor Schrijver in Frankrijk een nagelaten gedicht van hem, uit de cyclus Brieven aan Daniele C., onlangs uitgegeven door Atalanta Pers, in een bibliofiele uitgave. Binnenkort zal ook bij Querido een keuze uit Van Toorns gedichten verschijnen. Titel: ik maak je hierin aanwezig. Willem van Toorn bracht een groot deel van het jaar door in Frankrijk, in een dorpje in de Berry.

Lees verder »

Elitair

27 apr, 2026 Onderdeel van pensées 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

In de jaren zeventig was elitair een scheldwoord. Omdat ik een dubbele naam heb en ik algemeen beschaafd Nederlands heb leren spreken, met een Haags accent, was ik elitair. Ja, het woord werd te pas en vooral te onpas gebruikt, net als de woorden uitbuiter en bourgeois. Het waren de jaren van Den Uyl en de linkse leraren. Lange haren, t-shirts met daarop het hoofd van Che, Afghaanse jassen, Kickerschoen… Wat een verademing toen ik op m’n zestiende het Rijnlands voor het Haags Montessori Lyceum verwisselde! Daar mocht je zijn wie je was, wie elders voor elitair werd aangezien, was daar hoogstens een beetje excentriek, en dat werd gewaardeerd. Vrijheid blijheid. Elitair – het woord alleen al is een gruwel. Het komt uit het Frans, maar bij de Fransen wordt het adjectief ‘élitiste’. Dus als je consequent bent, moet je elitist zeggen. Hou op! Ja, hou op met je elitaire praatjes: in het Frans moet je – in het Frans moet je… Trouwens consequent zou je konsekwent moeten schrijven, want de spelling van de taal moet eenvoudiger, anders benadeel je mensen die weinig scholing hebben gehad. Enzovoort…

Lees verder »

Waar boeken zijn…

18 apr, 2026 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

In mijn mooiste herinneringen komen meer dan eens boekhandels voor. Dit maak ik daaruit op dat sommige van mijn lievelingsboeken me als vanzelf doen terugdenken aan de plaats waar ik ze heb aangeschaft. Het is zelfs zo dat in mijn verbeelding deze plaats zich vermengt met de atmosfeer die de auteur in zijn boek heeft willen oproepen. Zo had je in de Vogezen, tussen Lunéville en St Dié, een dorp dat haast alleen uit tweedehands-boekhandels bestond. Een rommelig Lotharings dorp met brede, slecht verzorgde straten en pleinen en met grote, tot diep naar achter lopende boerderijen. Alles nogal vuil en ongeverfd. In deze boerenhuizen woonden geen boerengezinnen meer met hun koeien, varkens en kippen (al was een sterke mestgeur wel blijven hangen), oudere hippies met baarden en op sandalen hadden er hun kasten en dozen vol oude boeken in ondergebracht. Het dorp heet Fontenoy-la-Joûte. In de jaren dat ik in Nancy woonde was dit dorp voor mij de vaste bestemming van menig uitstapje. Bij een van deze oudere ‘baba cools’ heb ik een beduimelde pocket op de kop getikt die vervolgens een grote lieveling werd. Ik heb het over De witte garde van Mikhaël Boulgakov – in de Franse vertaling La garde blanche. Het winterse Kiev dat erin wordt beschreven is er gaan uitzien als dat sombere Lotharingse dorp, gelegen aan de voet van de donkere, een beetje dreigende Vogezen, en – omgekeerd – wanneer ik me het dorp voor de geest roep, dan blijkt het een buitenwijk te zijn van een grote stad in de grimmige jaren van de Russische burgeroorlog.   

Lees verder »