Bonnard versus A.I.
5 jan, 2026 Onderdeel van penséesColumn door Caspar Visser ’t Hooft
Kleine musea, waar je nog geen driekwartier in hoeft rond te lopen om alles in ogenschouw te nemen – ja, die geef ik de voorkeur. Ik begrijp mensen niet die zo nodig naar grote musea willen. Uren lang rondslenteren door zalen terwijl je naar de WC moet, of last hebt van het dragen van je jas over je arm – je hebt hem uitgedaan, binnen is het te warm – of terwijl je pijn hebt aan je tenen omdat je schoenen niet goed zitten… En als er al stoelen zijn, dan zijn die voor de suppoosten – nee hoor, niet voor jou! Nee, geef mij maar het musée Bonnard in Le Cannet. Klein maar fijn, gewijd aan één enkele artiest, Pierre Bonnard. Wanneer je dan klaar bent met je bezoek, dan voel je schrap en sterk. Je hebt één artiest leren kennen, en goed leren kennen. Bij die grote musea loop je duizelend, bijna wankelend, weer naar buiten: te veel indrukken, van te veel verschillende stijlen, uit te veel verschillende perioden maken een wilde rondedans in je overbelaste hoofd. Nu loop ik naar buiten, en mijn blik is niet wazig vanwege de bonte overdaad die ik innerlijk nog moet verwerken, maar scherp. Ik zie de werkelijkheid om me heen met de blik van één mens. Bonnard. Want grote schilders leren je zien – ja, zien. Leren de plaatjes die de Artificial Intelligence (A. I.) genereert je zien? Na mijn bezoek aan het musée Bonnard kwam deze vraag onwillekeurig bij me op, want het is een ware tsunami die ons de laatste – nee, allerlaatste! – tijd overspoelt. Neem de Kerst en Nieuwjaarwensen van de afgelopen weken, ik heb ze geteld, meer dan de helft is A. I.
Lees verder »





