1

De steenhouwer

11 feb, 2022 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Jean-Pierre Blazy had me al vaker uitgenodigd een kijkje te komen nemen in zijn steenhouwerij. Zijn atelier lag aan de rand van de stad. Een keet met een dak van golvend plaatwerk, omringd door een stuk terrein waar de de brokken natuursteen lagen verspreid. Even verderop een verkooppunt van autobanden, daar weer naast een Aldi. In Frankrijk is zoveel ruimte dat je er slordig mee om kunt springen. De ZAC’s (Zones d’Activités Commerciales) hebben altijd iets rommeligs. Je waant je in de Amerikaanse Midwest. Deze keer had ik gevolg gegeven aan de invitatie. Niet dat ik een schoorsteenmantel of een grafsteen nodig had – dat niet. Wel dat ik nu eenmaal belang stel in oude ambachten. Ze zijn zo zeldzaam geworden ! Misschien ook omdat ik een Noord-Europeaan ben, want voor de Fransen is Nederland Noord-Europa. Fransen zeggen het vaak: in het protestantse Noord-Europa hebben de mensen meer respect voor handenarbeid dan bij ons. In Frankrijk wordt op alles wat manueel is neergezien. Daar leeft in geseculariseerde vorm de drie-standen maatschappij voort. De hoogste stand wordt weliswaar niet meer door de katholieke clerus gevormd, wel door de directe opvolger ervan: de denkers. Geestesarbeid torent mijlen hoog boven ambachtelijk werk.

Lees verder »

Goed en kwaad

28 jan, 2022 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Geen hap kwam door mijn keel. Ik had het vaak genoeg gehoord, dat een confrontatie met lelijke dingen je de eetlust kan benemen. Toch had ik mensen die dat van zichzelf zeiden altijd aanstellers gevonden. Nu kon ik dat niet meer, alleen al de aanblik van het copieuze bord choucroute, voor me op tafel, deed me walgen. Om maar niet te spreken van de geur. Verbeeldde ik me dat de varkenspoot en de paar worsten die op de hersenkleurige zuurkool lagen stukken mens waren? Nee, zover ging het – geloof ik – niet. Maar de gedachte aan de meest afschuwelijke martelingen liet me niet los. We hadden zojuist de Struthof bezocht, de plek waar destijds het beruchte concentratiekamp had gestaan, en waarvan genoeg resten zijn overgebleven – nu openluchtmuseum – om een idee te krijgen van de verschikkingen die mensen er hadden ondergaan.

Lees verder »

Noyon – of de dufheid des levens

14 jan, 2022 Onderdeel van politiques 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Naarmate we de dood uit de werkelijkheid van ons bestaan bannen wordt het leven duffer. Ik moet denken aan de titel van het hoofdstuk waarmee Johan Huizinga zijn wereldberoemde klassieker Herfsttij der Middeleeuwen opent: ‘De felheid des levens’. Ja, in de Middeleeuwen was de dood alom aanwezig: kindersterfte, epidemieën, oorlogsgeweld, openbare terechtstellingen… En juist daarom werd het leven zoveel intenser geleefd. Wat zich uitdrukte in felle hartstochten en in een kleurrijke stilering van de werkelijkheid, het tijdsritme, het samenleven. Alles werd spektakel, alles kreeg een symboolfunctie: alles werd verwijzing naar hogere dingen, wat de fantasie aanwakkerde, de mystiek voedde. De dood was alom aanwezig – en tegelijk opgenomen in het mysterie van Christus’ kruisdood en opstanding. Wat weer moed verschafte: de dood is verschrikkelijk, maar niet het einde. En omdat het niet het einde is, kunnen we het onder ogen zien. Hoeven we het niet te verdoezelen.

Lees verder »

Lofdicht

1 jan, 2022 Onderdeel van poésies 

Mensje van Keulen heeft een omvangrijk œuvre opgebouwd, meerdere literaire prijzen ontvangen, kortom een bekende naam in literair Nederland. In haar roman De gelukkige (2001) beschrijft ze een dorp in Frankrijk. Dit gedicht heeft ze geschreven in verband met de jaarwisseling 2021-2022. Het werd door de Statenhofpers gezet uit de Meidoorn, met een linosnede van de hand van Olivia Ettema. Het is een traditie geworden: elk jaar rond oud-en-nieuw ontvangt Schrijver in Frankrijk van Mensje van Keulen poezengedicht.

Lees verder »

Korthals

14 dec, 2021 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Mijn eerste hond, Feyo, kwam uit de Leidse achterbuurt. We verbeeldden ons dat wanneer je hem op z’n plat Leids aansprak (‘Kom j’uit Laie dzan?’), hij eerder bereid was naar je te luisteren dan wanneer je je in keurig Haags uitdrukte. De hond die ik nu heb, Asterix, is een Cairn terrier. Al komt hij uit een Frans nest, de naam van het ras zegt genoeg: zijn voorgeslacht was Schots. ‘Cairn’ is Gaelic voor ‘steenhoop’. Ik probeer het wel eens, ik zeg dan tegen Asterix: ‘Ye’re a wee leetle doggie from the Highlands’ – en ja, hij trekt zijn kopje scheef, zijn blik is veelbetekenend. Wil dat zeggen dat de taal waarmee zijn voorouders generaties lang waren vertrouwd zijn sporen in de genen heeft achtergelaten? Ik weet het niet. Voordat Asterix kwam, had ik Gulliver, een Epagneul Breton. Bretons heb ik niet tegen hem kunnen praten, want die taal ken ik niet. Wel een mondjevol Spaans. De naam épagneul komt net als het Engelse spaniël van espaniola. Ik leidde daaruit af dat Gullivers stamboon terugvoerde tot het Spanje van Don Quichot. ‘Hola! Como estas hoy?’ Geen reactie. Wat wil die rare baas nou weer? Afijn, om maar te zeggen dat lang voordat de mensen erover begonnen, het hondenvolk al een grote geglobaliseerde, multiraciale gemeenschap vormde. Hoe komt het dat een van Frankrijks meest geliefde hondenrassen een Nederlandse naam heeft: de griffon Korthals?

Lees verder »