Korthals
14 dec, 2021 Onderdeel van prosesColumn door Caspar Visser ‘t Hooft
Mijn eerste hond, Feyo, kwam uit de Leidse achterbuurt. We verbeeldden ons dat wanneer je hem op z’n plat Leids aansprak (‘Kom j’uit Laie dzan?’), hij eerder bereid was naar je te luisteren dan wanneer je je in keurig Haags uitdrukte. De hond die ik nu heb, Asterix, is een Cairn terrier. Al komt hij uit een Frans nest, de naam van het ras zegt genoeg: zijn voorgeslacht was Schots. ‘Cairn’ is Gaelic voor ‘steenhoop’. Ik probeer het wel eens, ik zeg dan tegen Asterix: ‘Ye’re a wee leetle doggie from the Highlands’ – en ja, hij trekt zijn kopje scheef, zijn blik is veelbetekenend. Wil dat zeggen dat de taal waarmee zijn voorouders generaties lang waren vertrouwd zijn sporen in de genen heeft achtergelaten? Ik weet het niet. Voordat Asterix kwam, had ik Gulliver, een Epagneul Breton. Bretons heb ik niet tegen hem kunnen praten, want die taal ken ik niet. Wel een mondjevol Spaans. De naam épagneul komt net als het Engelse spaniël van espaniola. Ik leidde daaruit af dat Gullivers stamboon terugvoerde tot het Spanje van Don Quichot. ‘Hola! Como estas hoy?’ Geen reactie. Wat wil die rare baas nou weer? Afijn, om maar te zeggen dat lang voordat de mensen erover begonnen, het hondenvolk al een grote geglobaliseerde, multiraciale gemeenschap vormde. Hoe komt het dat een van Frankrijks meest geliefde hondenrassen een Nederlandse naam heeft: de griffon Korthals?
Lees verder »






