1

De blauwe lijn

5 apr, 2012 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

De Lorraine is een mooie, miskende streek. Het landschap bestaat er uit wijde, haast ovaalvormige plateaus. Heel anders dan de rest van Frankrijk waar de vorm van de heuvels door de loop van rivieren en stroompjes wordt bepaald, die er sinds de oertijd inkepingen in hebben geslepen. Wanneer je door de Lorraine zo maar wat rond rijdt, over lege wegen, dan golft het land, voor je, opzij van je, nu eens hoog op, om dan even later weer diep onder de snoet van je auto weg te spoelen. Wat je dan in de verte ziet – en dat waar je je ook in de Lorraine bevindt ? Een blauwe streep. Maurice Barrès had het over la ligne bleue des Vosges, wanneer hij vanuit de butte de Vaudémont (van ‘Wodan’ en ‘mons’ – typisch Lotharingse vermenging van germaanse en romaanse klanken) in oostelijke richting tuurde. De blauwe lijn van de Vogezen. Een blauwe lijn in het verre verschiet – meer is niet nodig om bij mij een soort intense vreugde te doen oplaaien. Wat ligt er achter ? Lees verder »

Ventoux: op de trainer, op de fiets

21 mrt, 2012 Onderdeel van paysages 

Column door Bert Wagendorp

15 MAART Ik zit op mijn Tacx VR Trainer met Real Life Video en rijd Bédoin uit. Klokje op mijn laptop loopt. De Ventoux wacht!

Ik ben geen klimmer. Mijn spieren deugen niet voor klimmen en mijn geest eigenlijk ook niet. Ik heb een pesthekel aan afzien.

22 JULI Ik word wakker in Avignon. Vandaag is de dag.

Ik ken ‘m als mijn broekzak, de Reus van de Provence: 1.909 meter hoog, 21 kilometer onafgebroken klimmen, eerst door een donker bos en dan door een maanlandschap. ‘Mythisch’, heet dat in het wielrennen.

15 MAART Ik heb het voorwiel van mijn racefiets eruit gehaald en de fiets met het achterwiel vastgezet in een beugel van de Tacx Trainer.
Het achterwiel draait tegen een rol aan, die wordt aangedreven met een elektromotor. Op mijn laptop zie ik de gefilmde route. Naarmate de klim steiler wordt, neemt de rolweerstand toe.

22 JULI Half negen. We rijden Avignon uit, op weg naar Mazan. Vandaar eerst een paar kilometer vlak om warm te rijden. ‘Het is maar een bergje hoor’, zeg ik tegen mijn vrienden Job en Wilfried, als we hem in de verte zien. ‘Er zijn nog veel hogere bergen.’

Allemachtig, moet ik daar tegenop? Lees verder »

En ze waren welkom

18 mrt, 2012 Onderdeel van politiques 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Dat was nog eens een gouden eeuw, dat Nederland tienduizenden buitenlanders niet alleen binnen haar grenzen toeliet, maar zelfs ertoe aanspoorde bij haar asiel te komen zoeken ! Ja, ertoe aanspoorde ! Ik heb het over de Franse Hugenoten. Ach ja, we waren rijk – gigantisch rijk – in de zeventiende en de eerste helft van de achttiende eeuw. Wie rijk is kan het zich veroorloven genereus te zijn, en waar ondernemed élan is, daar zijn alle krachten welkom. Waar welvaart met dynamiek en expansie gepaard gaat, daar is plaats voor iedereen : iedereen wordt in de vaart meegezogen. Nu stagneert de economie. Opvang, asiel, gastvrijheid, het schijnt luxe te zijn geworden. Het moge zo zijn. Maar laat het wel een mooi ideaal blijven. Op z’n minst, want zo arm dat we niemand meer kunnen ontvangen zijn we nu ook weer niet. De brede geste van de gastvrijheid, het is zoveel nobeler dan het bitse mondje dat bijvoorbeeld over ‘profiteren van onze voorzieningen’ begint. Ja, ook wanneer je deze bitsheid met een laagje ‘compassie’ opschminkt. Wat een prachtige tijd, toen we nog gastvrij waren ! Laten we alleen al daarom hopen dat onze economie die zo jammerlijk is vastgelopen op mondiale geldspeculatie weer gauw wordt omgebogen naar (meer) investering in ondernemend handelen en vernieuwende industrie, en dat dit wordt gekoppeld aan een fiere, opgewekte politiek die een door ieder gedeelde welvaart op het oog heeft, en ook een eerlijk delen van de lasten – want dat gasten soms lastig zijn (het zijn per slot van rekening mensen), dat heb je ook. Het élan, en op den duur ongetwijfeld de rijkdom, die daaruit voortkomen, zullen maken dat we ons weer genereus en gastvrij kunnen tonen. We stonden er altijd om bekend. Het bepaalt onze typisch Nederlandse identiteit (en dat doet niet dat kneuterige stel – hoe heten ze ook alweer? O ja, Henk en Ingrid). Maar om terug te komen op de Hugenoten… Lees verder »

De blauwe goudkust

14 mrt, 2012 Onderdeel van paysages 

Column door Jelle Noorman

“Aan de vriendelijke kust van de Franse Rivièra, ergens halverwege Marseille en de Italiaanse grens, staat een groot, trots, rozegepleisterd hotel. Eerbiedige palmen verkoelen de blozende gevel, en aan de voorzijde strekt zich een kort stuk oogverblindend strand uit. Sinds enige tijd vormt het een zomerverblijf voor vooraanstaande, modieuze mensen; tien jaar geleden stond het praktisch leeg wanneer de Engelse gasten in april naar het noorden vertrokken.” Aldus begint F. Scott Fitzgeralds roman Tender is the Night uit 1934, die zich deels afspeelt tussen Cassis, in de Bouches-du-Rhône, en Menton, in de Alpes-Maritimes. Côte d’Azur heet de streek sinds 1887, toen schrijver Stephen Liégeard die naam verzon. Buiten Frankrijk noemt men deze azuurblauwe kuststrook de Rivièra, die officieel doorloopt tot aan Viareggio in Italië. Of liever gezegd, daar begint hij, want riviera is het Italiaanse woord voor zeekust, en het gebied rond Nice viel eeuwenlang binnen de Italiaanse invloedssfeer.
Lees verder »

Mensen uit mijn dorp

7 mrt, 2012 Onderdeel van paysages 

Column door Dick Dijs

De treinreis van Parijs naar Poitiers begint met een aangename verrassing en verloopt ook verder erg plezierig. Bij het instappen begroet de conducteur ons vriendelijk, zeg maar: heel enthousiast. “Bonjour Diecke!” Ik kijk verrast op en herken pas na een paar korte, maar nu eigenlijk toch wel veel te lange seconden, het gezicht onder de pet. “Bonjour Marcel! Mon vieux, heb je dienst vandaag?” Dat heeft-ie, maar hij maakt er zich met een Jantje van Leiden van af. Hij begroet de rest van mijn gezelschap ook enthousiast, geeft het sein ‘veilig-voor-vertrek’ en loodst ons naar een eerste-klas-wagon. Daar schuift hij de deur van een compartiment open, vraagt de daar aanwezigen of zij gereserveerd hebben en jaagt ze, als dat niet het geval blijkt je zijn, beleefd maar resoluut naar een ander deel van de trein. Dan kunnen we ons gezellig op hun plaats nestelen en eens even lekker bijpraten. De medereizigers worden op die trip niet gecontroleerd – althans niet door Marcel. Die heeft nu eventjes andere dingen aan zijn hoofd. Lees verder »