1

Werkmoraal

2 aug, 2012 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

In Feniksbloem vlecht ik verscheidene motieven samen rondom het thema van een plantje waarvan men dacht dat het was uitgestorven en dat een eenw later wordt teruggevonden, in een andere omgeving dan waar het oorspronkelijk voorkwam. Een van deze motieven (niet het enige) betreft een nogal veel voorkomende strategie om de grote zinvraag te ontwijken, of liever gezegd te bedekken : het zwelgen in schuldgevoelens. Tja, altijd maar weer dat bittere onkruid van de schuldgevoelens ! Zo banaal, en zo onuitroeibaar tegelijk. De hoofdpersoon, Ernst Van Vreeze, heeft van huis uit een opgeschroefde werkmoraal meegekregen. Een zinnetje – één moordend zinnetje – dat zijn grootvader in zijn bijzijn placht te herhalen is hem altijd bijgebleven, als een vlijmscherpe doorn in zijn vlees : ‘Wie niet werkt is een dief’. Lees verder »

Feniksbloem

14 jul, 2012 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

In Feniksbloem worden verscheidene thema’s met elkaar verweven, als de strengen van een vlecht. Mensen vragen me wel eens : hoe werkt dat toch, schrijven ? Ik stel ze steevast teleur. Ik weet het eigenlijk niet zo goed. Wat ik wel kan zeggen, is dat mijn boeken vaak collages zijn van motieven, scènes, beelden, personen, die ik uit andere teksten die ik ooit schreef en nooit voltooide heb geplukt. Lange tijd kwam ik maar niet verder met het verhaal van het bloemetje waarvan men dacht dat het was uitgestorven en dat vele tientallen jaren weer opdook, op een heel andere plek dan waar het oorspronkelijk groeide. Met de vraag : hoe kwam het daar ? Ik had het met een ander motief verbonden – het motief van de herinnering en de verwachting die op een gegeven moment samenvallen – en hier wrong de schoen. Ik had mooi sleutelen aan het verhaal, ik bleef altijd op een bepaald punt steken. Lees verder »

De kunst van het veterstrikken

9 jul, 2012 Onderdeel van pensées 

Column door Frans Willem Verbaas

De laatste tijd overkomt het me net iets te vaak, omdat ik met mijn gedachten heel ergens anders ben. Een fractie van een seconde nadat ik het knopje van het Senseo-apparaat heb ingedrukt, realiseer ik mij dat ik er geen nieuw koffiepadje heb ingedaan. Terwijl ik de verzendknop indruk om een e-mail te versturen, besef ik dat ik ben vergeten de bijlage toe te voegen. Terwijl ik de voordeur achter me dichttrek, besef ik dat mijn fietssleuteltje nog binnen ligt. Het zijn maar kleine dingen, waar ik wel om kan lachen. Lees verder »

Souvenir de Menton

27 jun, 2012 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Die winter had ik een oorontsteking. Ik was nog maar nauwelijks beter of ik moest me laten keuren voor het leger. Ik herinner me een mistroostig gebouw – ik geloof in Leidschendam, of anders in Rijswijk – een honderdtal tieners van ongeveer mijn leeftijd (net achttien), en een jongen die bang was voor de prik in de binnenkant van de elleboog, en die half op een bed lag bij de verpleger omdat hij iedereen voor liet gaan. Ik was niet bang, of wist me althans groot te houden. Een paar dagen later kwam de uitslag : afgekeurd. Vlag uit ! Mijn moeder was minder opgetogen. De reden was namelijk dat ik te licht was. Gezien mijn grootte woog ik te weinig. Ik herinner me niet meer welke dag in de week dat was, wel dat we de zaterdag daarop in de trein zaten : Den Haag-Hollands Spoor – Brussel/ Nachttrein Brussel – Ventimiglia. Mijn moeder had besloten dat ik zou bij-eten. En waar doe je dat beter dan ik Frankrijk ? Twee weken lang. Mijn school, het Haags Montessori-lyceum, maakte geen bezwaar. De bestemming was Menton, omdat het eind februari was, en omdat alleen aan de Riviera de zon scheen. Ook omdat daar een pension stond (nu niet meer) waar een oom en tante van mijn moeder geregeld de winter uitzaten. Het was daarom bekend terrein. Lees verder »

Plato, maar dan beter

20 jun, 2012 Onderdeel van pensées 

Column door Marijn Kruk 

Een ongeïdentificeerd filosofisch voorwerp. Dat is wellicht nog de beste beschrijving van La République de Platon, het begin dit jaar verschenen boek van de Franse filosoof Alain Badiou (uitgeverij Fayard). Een vertaling in de strikte betekenis van het woord is het niet. Daarvoor zet Badiou de tekst te zeer naar zijn eigen hand. Een op zichzelf staand filosofisch traktaat is het evenmin, want daarvoor blijft hij weer te dicht bij Plato’s oorspronkelijke tekst (De Staat). Een ‘creatieve imitatie’ noemde hij het boek daarom in Répliques, het wekelijkse interviewprogramma van Alain Finkielkraut op France Culture. Ter verduidelijking verwees Badiou naar de zeventiende-eeuwse Franse tragedieschrijvers en de manier waarop die zich verhielden tot de auteurs uit de Antieke Oudheid. ‘Ik wilde iets doen in de lijn van Phèdre van Jean Racine, dat wil zeggen: een hedendaagse tekst schrijven en tegelijkertijd de Ouden “imiteren” in de klassieke betekenis van het woord.’ Badiou’s fascinatie voor de auteur van De Staat is niet zo moeilijk te begrijpen. Zowel Plato als hijzelf koesteren een diepe afkeer voor het politieke regime van de tijd waarin zij leven. Plato voor de Atheense democratie, omdat deze naar zijn idee onherroepelijk zou ontaarden in tirannie; Badiou voor wat er naar zijn idee in onze tijd voor democratie doorgaat: een ‘capitalo-parlementarisme’. Hierin heeft het grootkapitaal een duister verbond gesloten met de politieke bovenbazen en dienen verkiezingen slechts om de illusie in stand te houden dat de gewone bevolking iets te zeggen heeft. De echte beslissingen worden in achterkamertjes genomen. Lees verder »