Golvende elektriciteitsdraden
22 apr, 2014 Onderdeel van paysagesColumn door Caspar Visser ’t Hooft
… De schuifdeur van het compartiment was open zodat ik door het raam van het gangpad naar buiten kon kijken, waar de elektriciteitsdraden – zes dunne draden – alsmaar hun best deden naar boven uit te zwenken, de hemel in, ondanks de harde klappen die hen de telegraafpalen uitdeelden, de een na de ander. Op het moment dat de zes draden, na een bruuske gezamenlijke attaque, bijna de bovenste rand van het raam hadden bereikt – triomf! – ontvingen ze een klap die zo hard aankwam dat ze in één ruk alle zes naar beneden stortten tot op halve hoogte van het raam, terug bij af, waardoor ze helemaal overnieuw konden beginnen… Ik citeer uit Speak memory, van Nabokov. Zijn beschrijving van de reizen die hij maakte in zijn jeugd, in de eerste jaren van de 19e eeuw, in de luxetreinen uit die tijd, van St Petersburg naar Biaritz of de Côte d’Azur, behoort tot mijn meest geliefde passages uit de literatuur. Die draden die naar boven zwieren totdat een paal voorbijschiet en dan – floep! – naar beneden storten om daarna weer omhoog te golven, en ga zo maar door… Ik zit niet in een treincompartiment maar achter in de auto. De Renault 4L. Mijn ouders zitten voor, hoog, groot, af en toe hoor ik ze mompelen, maar door het geluid van de motor versta ik ze niet. We zitten voor de afwisseling eens niet ruzie te maken, mijn zus, mijn broer en ik. Ik zit trouwens niet, ik lig. Daar is achter blijkbaar zelfs met z’n drieën genoeg plaats voor (en we hadden toen nog geen veiligheidsriemen). En ik kijk naar buiten: die golvende draden. Tok en tok en tok – zeggen de palen. In Frankrijk zitten de elektriciteitsdraden niet onder de grond. Er zijn mensen die daarover klagen, ik niet. Lees verder »






