1

Het Frankrijk van vroeger

10 sep, 2019 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Mijn moeder ergerde zich aan de karikatuur die veel Nederlanders van Fransen maken, die van kleine boertjes die de hele dag in een café rondhangen en zich daar volzuipen met wijn. Mijn moeder kende het land goed, in 1950 raakte ze erop verliefd, dat was toen ze als jong meisje van drieëntwintig een jaar lang in Parijs aan het Ecole du Louvre studeerde. Sindsdien kwam ze er geregeld, temeer omdat halverwege diezelfde decade haar ouders huisjes kochten in de Dordogne, om daar vervolgens ieder jaar van april tot oktober te verblijven. Van het Frankrijk van die jaren kunnen we ons nauwelijks meer een voorstelling maken. Mijn moeder vertelde er zo nu en dan over, mondeling, of anders in brieven, mails… Lees verder »

Fonction publique

27 aug, 2019 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

We hadden het niet zo goed beseft, maar het vakantiehuis dat we die zomer huurden was het bijgebouw van een kasteel. Om precies te zijn, het was de oorspronkelijke keuken ervan. Vroeger werden in dat bijgebouw de gerechten voor de kasteelheerlijke tafel bereid. Goed, het kasteel lag dan wel op een steenworp afstand, maar toch – wanneer het regende, hagelde, sneeuwde, hoe deden ze het dan? Wikkelden ze de schotels en soepkommen in warme doeken? Haastten ze zich voort onder paraplus? Hebben we dit destijds aan Madame de L. gevraagd? Vast, maar ik kan me het antwoord niet meer herinneren. Want we waren al gauw op goede voet met de châtelaine en haar familie. En we zijn altijd bevriend gebleven. Van die eerste zomer herinner ik me wel haar antwoord op een andere vraag. We vroegen naar haar oudste zoon, die afwezig was. Een hoogvlieger was hij blijkbaar niet. Dat maakten we op uit het verontschuldigende glimlachje van Madame. Maar – en nu komt het: hij was ambtenaar. Hij zat in de fonction publique. En dit werd gezegd op een toon alsof hier alles mee was gered. Want ja, in oude families werd tot voor kort – en wordt misschien hier en daar nog steeds – dienst in overheidsverband nobeler geacht dan zelfstandig ondernemen en geld maken. Sla daar dat mooie en ook grappige boek van de Franse succes-auteur Jean d’Ormesson maar op na, Au plaisir de Dieu. Dan lees je hoe de oude hertog neerkijkt op de energieke, ondernemende, opportunistische familie Rémy-Michault omdat dat mensen zijn die geld maken (hij heeft er één woord voor: canaille). En wat een klap voor hem wanneer een lid van zijn oeroud geslacht met een dochter van die nouveau riche mensen in het huwelijk treedt. Lees verder »

Een bevriende toerist

17 aug, 2019 Onderdeel van proses 

Column door Peter Hagtingius

Voor zover mijn bronnen in het café weten, werd er in 1352 voor het laatst iemand vermoord in het Provençaalse gehucht waar ik verblijf. Een eigentijdse onderzoeksjournalist zou achterhalen of het slachtoffer inderdaad een monnik was die zijn pij niet kon aanhouden, ‘fact-checking’. De stofjas van een archivaris staat me niet en we zijn al een tijdje verder. Ik doe het maar met wat iedereen voor waar aanneemt, de affaire lijkt me trouwens verjaard. Gelet op het algeheel gevoel in het dorpje dat we niet nóg en alweer een moord kunnen gebruiken, zag ik op tegen de komst mijn goede vriend Hendrik Jan Korterink. Lees verder »

Kreeft heeft me vermoord

18 jul, 2019 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Het is me allang opgevallen, veel Fransen maken dezelfde schrijffout. Wanneer ze een werkwoord in de voltooid tegenwoordige tijd (perfectum) vervoegen, gebruiken ze de schrijfwijze van de infinitief. Neem bijvoorbeeld het werkwoord ‘passer’. In het perfectum is dit ‘passé’ (voorbijgegaan), de infinitief is ‘passer’ (voorbijgaan). Deze fout is begrijpelijk, beide vormen spreek je namelijk hetzelfde uit. Nederlanders maken deze fout niet omdat bij het spreken ‘voorbijgaan’ (infinitief) en ‘voorbij-ge-gaan’ (perfectum) anders klinken. Ik had het over ‘veel’ Fransen, dat wil zeggen niet ‘alle’ Fransen. Hoog gecultiveerde Fransen maken de fout niet omdat ze – ja, gecultiveerd zijn. Bij een geruchtmakende moordzaak draaide alles om de vraag hoe gecultiveerd het slachtoffer was. In de kelder waar het stoffelijk overschot werd aangetroffen waren op de muur drie woorden geklad waaronder een werkwoord. Dit werkwoord stond in de voltooid tegenwoordige tijd maar was vervoegd op de wijze van de infinitief. Had de vermoorde vrouw dit geschreven? Volgens de advocaat van de verdachte was ze te gecultiveerd om die fout te hebben gemaakt. Lees verder »

Een hof tot ons gerief

5 jul, 2019 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Mijn tiende boek is geboren! Deze week ontving ik de eerste exemplaren. Dit keer geen fictie, ook geen bundel Frankrijk-verhalen, maar – hoe zal ik het noemen? Verhalende geschiedenis. In Een hof tot ons gerief beschrijf ik het leven op en om zeven buitenplaatsen waar voorouders van mij in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw woonden. Ik besteed daarbij veel aandacht aan enkele markante personages: een kapitein die rond 1835 naar Japan voer, een burgemeester van Middelburg die vanwege een verhouding met een dienstbode schandaal maakte, een bekende Haagse schilder, een bazige hofdame van Anne Paulowna, een Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en zijn Spaanse vrouw die hij had geschaakt. Hij had ook een passie voor orchideeën. Enzovoort. Ik baseer me op verhalen en anekdotes die binnen mijn familie werden doorverteld, op archiefmateriaal dat ik bezit, en ik toets de gegevens aan serieuze geschiedkundige bronnen. Komt Frankrijk in het boek voor? Nauwelijks. Mijn voorouders leerden Frans, dat was omdat ze Frans als de taal van de beschaving beschouwden (ik doe dat nog steeds). Maar van Frankrijk zelf moesten ze niet zoveel hebben. Fransen waren paaps en wuft. Men prefereerde boven Frankrijk de Zwitserse Franstalige kantons Genève, Vaud en Neuchâtel. Waarom? Omdat ze protestants waren. De liefde voor het land Frankrijk zelf kwam pas later, met mijn grootouders die in de jaren ’50 de Dordogne ‘ontdekten’. Over de verschillen tussen de Nederlandse en de Franse mentaliteit schrijf ik het volgende, in het hoofdstuk dat ik aan de Dordtse buitenplaats Bellevue wijd (en dat is dan meteen een voorproefje bij het lezen van Een hof tot ons gerief). Lees verder »