Kreeft heeft me vermoord
18 jul, 2019 Onderdeel van prosesColumn door Caspar Visser ’t Hooft
Het is me allang opgevallen, veel Fransen maken dezelfde schrijffout. Wanneer ze een werkwoord in de voltooid tegenwoordige tijd (perfectum) vervoegen, gebruiken ze de schrijfwijze van de infinitief. Neem bijvoorbeeld het werkwoord ‘passer’. In het perfectum is dit ‘passé’ (voorbijgegaan), de infinitief is ‘passer’ (voorbijgaan). Deze fout is begrijpelijk, beide vormen spreek je namelijk hetzelfde uit. Nederlanders maken deze fout niet omdat bij het spreken ‘voorbijgaan’ (infinitief) en ‘voorbij-ge-gaan’ (perfectum) anders klinken. Ik had het over ‘veel’ Fransen, dat wil zeggen niet ‘alle’ Fransen. Hoog gecultiveerde Fransen maken de fout niet omdat ze – ja, gecultiveerd zijn. Bij een geruchtmakende moordzaak draaide alles om de vraag hoe gecultiveerd het slachtoffer was. In de kelder waar het stoffelijk overschot werd aangetroffen waren op de muur drie woorden geklad waaronder een werkwoord. Dit werkwoord stond in de voltooid tegenwoordige tijd maar was vervoegd op de wijze van de infinitief. Had de vermoorde vrouw dit geschreven? Volgens de advocaat van de verdachte was ze te gecultiveerd om die fout te hebben gemaakt. Lees verder »






