Het bos waar je lang wacht
22 nov, 2019 Onderdeel van prosesColumn door Caspar Visser ’t Hooft
Als Hella Haasse haar prachtige boek vandaag zou hebben geschreven, denken jullie dat ze dan met een titel als ‘Het woud der verwachting’ had mogen komen? Vertaling van het Franse forêt de longue attente. Néééé! Stel je voor! Neem alleen al het woord ‘woud’. Wie gebruikt dat woord nog? Een woud is een bos, maar dan in het groot. In wouden heb je diepten waar wilde dieren zich schuilhouden, waar, naar wordt gezegd, heilige kluizenaars wonen, waar – dat wordt ook gezegd, gefluisterd – elfen een rei dansen. Dit soort bossen hebben we niet meer. We hebben alleen nog maar bossen waarin voor elke boom een bordje staat met het logo van Natuurmonumenten en met een uilteg: Dit is een eik, dit is een beuk, hier huist de eekhoorn. “Oooooh,” zeggen de mensen die voor het bordje staan. Waarna een mevrouw een bitse opmerking maakt tegen de meneer naast haar omdat zijn hond een poot licht tegen de stam: “Als alle honden dat doen…” Dus, niet ‘woud’ maar bos. ‘Bos der verwachting’. Der?? Wat is dat, der? Opzoeken. O, dat is hetzelfde als ‘van de’. Nou ja, waarom dan niet ‘het bos van de…’? Dat is wat je noemt toegankelijker voor de mensen. En dan ‘verwachting’. Kom nou, zeg! Zo’n woord met drie lettergrepen. Dat is toch véél te lang. Je haalt die lettergrepen maar door elkaar: wachtverting, vertingwacht. We hadden toch afgesproken dat kinderen exacte vakken moesten leren, nuttige vakken, cijfers en tabellen, daar hebben ze later in het bedrijfsleven wat aan, niet aan zulke onpraktische woorden. We gaan het ons daarom in het ene keuze-uur dat voor de talen overblijft niet overdreven moeilijk maken: korte woorden van hoogstens twee lettergrepen. En. Korte. Zinnen. Heel. Belangrijk! ‘Het bos waar je lang wacht’ – lange titel, maar… oké, kan er voor dit keer mee door.
Lees verder »





