1

Zingen en creperen – Benno Barnard

19 dec, 2019 Onderdeel van besprekingen 

Bespreking door Schrijver in Frankrijk

Benno Barnard houdt van de liturgie van de anglicaanse ‘high church’. Hij woont in Sussex, zijn 17e eeuw cottage ligt tegenover een oud kerkje met (zo verbeeld ik me) een pastorie waar Miss Marple op de thee komt, en waar ze bij een breiwerkje naar de beschaafde roddels luistert van de vrouw van de ‘vicar’. Gaat het hem enkel om de vorm? Nee, aan de vormen van de anglicaanse eredienst gaat een eeuwenlange ontstaansgeschiedenis vooraf. Deze geschiedenis is daarom in de liefde inbegrepen. Maar er is meer: ‘Die vormen vullen zichzelf als het ware met hun inhoud, ook wanneer ik ze gedachteloos meemurmel, ze krijgen betekenis, en op de betere zondag begin ik zowaar iets te geloven.’ In zijn nieuwste boek, Zingen en creperen, citeert Barnard de volgende regels uit een kerklied van William Cowper: Judge not the Lord by feeble sense, But trust Him for His grace; Behind a frowning providence He hides a smiling face. Prachtig! En in volledige tegenspraak ‘met alle identitair-politieke modieuze flauwekul die, gedreven door neomarxisme, het bestaan van dat historische continuum “kerk” poogt te vernietigen’, om met de woorden van Barnard te spreken. Hij wil niet provoceren, en juist daarom doet hij het: hij weerspreekt het obligate, banaal geworden ‘provoceren’ van prijzen winnende literaire half-wits, bij wie het dogma van de absolute vrijblijvendheid in pretentieus academisch hermetisme is ontaard.

Lees verder »

De familie Reet

16 dec, 2019 Onderdeel van plaisanteries 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

In Frankrijk heb je een familie die twee eeuwen geleden nog Wachter (of De Wachter) heette, en nu Reet. Reet?! Ik hoor het sommige mensen al zeggen: Hou op! Netjes blijven! Antwoord: Ik ben altijd netjes. Maar het komt voor dat de waarheid je gebiedt dingen aan te zwengelen waarbij het gebruik van minder nette woorden zoals ‘reet’ onvermijdelijk is. Ik ben de eerste om dat te betreuren, maar wat waar is, moet nu eenmaal in de openbaarheid, anders wordt je verweten dingen te verzwijgen. Die familie Reet (ooit Wachter, nu Reet) is trouwens een hoogst fatsoenlijke familie. Of liever gezegd, er is geen enkele reden om het tegenovergestelde te veronderstellen. Goed, maar hoe komt het dan dat die familie haar oorspronkelijke achternaam verloor en er voor in de plaats een kreeg die de lachlust van veel primitieve mensen wekt (niet de mijne, want ik ben niet primitief)? Dat is nu juist wat ik jullie ga vertellen. Want nogmaals, wat is, moet worden gezegd. 

Lees verder »

Geef mijn vader – Ineke Holzhaus

7 dec, 2019 Onderdeel van besprekingen 

Bespreking door Schrijver in Frankrijk

Van de dichteres Ineke Holzhaus is kortgeleden een roman verschenen, Geef mijn vader (Ambo/Anthos, 2018). Ik was ervan onder de indruk, deze indruk wil ik graag delen. Ik geef een korte samenvatting.  

Toen Marielle over het krijgen van kinderen begon, nam Paul de benen. Afgelopen hun relatie. Klassiek. Hoe kun je als je geen vader hebt zelf vader worden? En een afwezige vader, dat is geen vader. Een afwezige vader is een vader die niets over zichzelf loslaat. Dat is de reden waarom Paul zijn vader haat. Een hooglopende ruzie tussen vader en zoon blijkt voor vader te veel: een hartstilstand. Schuldgevoelens zetten Paul er vervolgens toe aan zelf naar gegevens over het verleden van zijn vader op zoek te gaan. Hij weet dat zijn vader in de oorlog als dwangarbeider in Duitsland is tewerkgesteld. Tijdens een speurtocht in Duitsland gaat hij beseffen wat het voor hem moet hebben betekend, te werken in een inrichting waar geesteszieken werden geëuthanaseerd, en wegens ongehoorzaamheid in een ‘Erziehungslager’ te worden opgesloten. Ook begint hij te begrijpen waarom zijn vader zich sindsdien zo vol verbittering voor anderen afsloot. ‘Waarom had hij geen hulp gezocht? Omdat wat hij had meegemaakt nietig was vergeleken bij de moorden die om hem heen werden gepleegd? Heeft hij gezien hoe anderen stierven? Hij is teruggekomen, zoveel anderen niet. Hij voelde zich misschien verplicht gelukkig te zijn omdat hij aan de dood ontsnapt was, maar hij kon niet meer’. En zo vindt Paul, postuum, zijn vader.

Lees verder »

Het bos waar je lang wacht

22 nov, 2019 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Als Hella Haasse haar prachtige boek vandaag zou hebben geschreven, denken jullie dat ze dan met een titel als ‘Het woud der verwachting’ had mogen komen? Vertaling van het Franse forêt de longue attente. Néééé! Stel je voor! Neem alleen al het woord ‘woud’. Wie gebruikt dat woord nog? Een woud is een bos, maar dan in het groot. In wouden heb je diepten waar wilde dieren zich schuilhouden, waar, naar wordt gezegd, heilige kluizenaars wonen, waar – dat wordt ook gezegd, gefluisterd – elfen een rei dansen.  Dit soort bossen hebben we niet meer. We hebben alleen nog maar bossen waarin voor elke boom een bordje staat met het logo van Natuurmonumenten en met een uilteg: Dit is een eik, dit is een beuk, hier huist de eekhoorn. “Oooooh,” zeggen de mensen die voor het bordje staan. Waarna een mevrouw een bitse opmerking maakt tegen de meneer naast haar omdat zijn hond een poot licht tegen de stam: “Als alle honden dat doen…” Dus, niet ‘woud’ maar bos. ‘Bos der verwachting’. Der?? Wat is dat, der? Opzoeken. O, dat is hetzelfde als ‘van de’. Nou ja, waarom dan niet ‘het bos van de…’? Dat is wat je noemt toegankelijker voor de mensen. En dan ‘verwachting’. Kom nou, zeg! Zo’n woord met drie lettergrepen. Dat is toch véél te lang. Je haalt die lettergrepen maar door elkaar: wachtverting, vertingwacht. We hadden toch afgesproken dat kinderen exacte vakken moesten leren, nuttige vakken, cijfers en tabellen, daar hebben ze later in het bedrijfsleven wat aan, niet aan zulke onpraktische woorden. We gaan het ons daarom in het ene keuze-uur dat voor de talen overblijft niet overdreven moeilijk maken: korte woorden van hoogstens twee lettergrepen. En. Korte. Zinnen. Heel. Belangrijk! ‘Het bos waar je lang wacht’ – lange titel, maar… oké, kan er voor dit keer mee door.

Lees verder »

L’inconnue de la Seine

25 okt, 2019 Onderdeel van proses 

Column door Michiel Hendryckx

In de 19de eeuw was in hartje Parijs La Morgue een gegeerde plek. ‘Un spectacle à la portée de toutes les bourses. Où on applaudit et siffle comme au théâtre’ schreef de altijd montere Emile Zola. Gedurende drie dagen werden er op twaalf zwarte marmeren tafels lijken tentoongesteld waarvan men de identiteit niet kende. Aan een haak boven hen hingen de kleren waarin ze waren gevonden. Het merendeel van de doden kwam uit de Seine. Rond 1900 werd het lichaam van een jonge vrouw uit de rivier gehaald. Het lijk vertoonde geen sporen van geweld. Zelfmoord was de vermoedelijke doodsoorzaak. Niemand kwam het lichaam identificeren. De directeur van het dodenhuis was zo geïntrigeerd door de sereniteit van haar glimlach dat hij een dodenmasker liet gieten. Lees verder »