1

Alles te transparant

13 dec, 2010 Onderdeel van pensées 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Er zijn er in Nederland die vinden dat de werkelijkheid nog niet ‘transparent’ genoeg is. Volgens hen mag men daarom onder geen beding de wieken korten van de beheerder van die lek-site, die thans zoveel stof biedt tot wikken en wegen. Ja, ziedaar heel Nederland in een heftig debat gewikkeld. Moeten we alles kunnen weten? Of liever gezegd, moeten we alles kunnen zien en door-zien? De term transparantie betreft in eerste instantie het ‘zien’. Ik zeg: ja, maar als je niet alles wilt weten? Ik – ik wil niet alles zien. Alsjeblief niet! Ik moet opeens denken aan de winters uit mijn jeugd, dat we terugkwamen van vakanties doorgebracht in de Zwitserse bergen. Het was al sinds uren donker – nee, niet echt donker, daarvoor is de duisternis teveel van een viezig oranje doortrokken. De wegen glimmen van de nattigheid (de sneeuw waren we ter hoogte van het Ruhrgebied kwijt geraakt), flatgebouwen varen voorbij, de een na de ander. In de scheepswanden, boven elkaar, naast elkaar, symmetrisch, rijen verlichte blokjes (net kleine aquariums). Nergens een spatje gordijn te bespeuren. In alle blokjes – maar dan ook echt àlle – een blauw doosje dat flikkert. Alles open en bloot, té open en bloot. En nog zijn er in Nederland mensen die trammelant maken om meer transparantie! Raar. Lees verder »

Wandelen met Louis Couperus

1 dec, 2010 Onderdeel van proses 

Column door Adriaan van Dis

De wandelaar in Parijs kan zich elke dag een ander doel stellen: middeleeuwen, revolutie, negentiende eeuw, art deco, industriële architectuur, futurisme, armoe, rijkdom, commercie, erotiek… Een land na wandelen kan ook: India (boven het gare du Nord), Senegal (Rue Mahy of Chateau d’eau), Egypte (langs faraokoppen en obelisken). Parijs bied honderden decors. Maar het liefst loop ik in het voetspoor van een schrijver: Proust, Baudelaire, Strindberg (die in Parijs stapelgek werd en daar in l’ Inferno prachtig over schreef). Als je niet oppast wil je na zo’n tocht net als Baudelaire je haar groen verven (een pesterig ventje was het), of Madeleines eten à la Proust (en ratten de ogen uitbranden, omdat het gepiep hem zo opwond). Ja, schrijversvoeten kunnen je ratgek maken.

Maar is dat niet de lol van het wandelen? Grenzen overschrijden en buiten jezelf raken? Ik ben ook Wagner geweest, die in het zesde arrondissement op zeker drie straten met een plaquette bedacht wordt en ik heb deunen Fliegende Holländer in de rue Jacob gefloten. Lees verder »

Huurcontract

26 nov, 2010 Onderdeel van paysages 

Column door Adriaan van Dis

Huur opgezegd. Na zeven jaar Parijs keer ik voorgoed terug naar Nederland, althans dat was de bedoeling. Ik moet te vaak in Nederland zijn en werd op den duur gek van die tweelandigheid. Twee keer de opwinding bijhouden en twee keer de ergernis. Kon ik de eerste jaren nog met vrolijke afstand naar Franse politici kijken en mijn Franse vrienden op de kast jagen door te zeggen dat Frankrijk toch heus een Sarkozy nodig had, nu word ik steeds meer gedwongen kleur te bekennen en zit ook ik als een partijman achter de krant te grommen. Nederland laat me nog minder met rust – ook daar vraagt de tijd om stellingname. Om me terug te planten, had ik een paar jaar geleden al een landje achter de IJssel verworven: een hut met een moestuin. Als Parijs te veel in mijn longen kroop, kon ik daar op adem komen. Ik plantte zelfs bomen voor de oude dag. Lees verder »

Sprekend portret

17 nov, 2010 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Mensen vragen mij vaak waar mijn verhalen over gaan. Zou ik ook doen wanneer iemand me vertelde dat hij schrijver was. Toch sta ik dan altijd weer met een mond vol tanden. Tja, wat moet je zeggen? Wanneer je kort en bondig wilt zijn, dan is er het risico dat je onrecht doet aan het verhaal, dat uit meerdere lijnen bestaat die samen een vlechtwerk vormen, aan de vele schakeringen die het kenmerkt. Wanneer je tezeer de zaak uitspint, dan zie je op een gegeven moment de ogen van de geadresseerde flets worden, wegkijken – hij of zij weet het zo wel. Het beste is daarom een passage te citeren of voor te leggen uit je eigen werk. Zo’n passage zegt niet veel over ‘wat’ er is geschreven (het ‘waar gaat het over’), maar wel over het ‘hoe’ het is geschreven, en dat is – me dunkt – minstens zo belangrijk. In mijn eerste novelle ‘Sprekend portret’ komt een passage voor die ik laatst met plezier overlas (ja, mag het? – af en toe plezier beleven aan je eigen werk?). Het is mezelf namelijk meerdere malen overkomen, ‘s morgens wakker te worden in een Frans hotelletje, en wat blijkt? – Het heeft in de nacht zitten sneeuwen. Ja, we gaan weer naar die periode toe. Over drie weken is het Sinterklaas, daarna Kerstmis, dan oudjaar… Lees verder »

Europese normen

3 nov, 2010 Onderdeel van plaisanteries 

Column door Dick Dijs

De letters op de fraaie, oude gevel zijn deels afgebladderd en voor het overige sterk verbleekt. Maar de naam is nog wel leesbaar: Hôtel l’Union. Op dit uur is de bar nog leeg. De duikbuikige en (daarom?) goedmoedige patron zwiept zijn witlinnen glazendoek over de schouder en tapt mij vakbekwaam een ‘demi’. We bespreken het mooie weer en de rust van het stadje en de komende regionale verkiezingen. Op het voorterras nemen twee Engelse paren plaats onder een van de vele parasols. De patron probeert bij de levering van hun bestelling een praatje te maken, maar hij is gauw terug: zijn gasten spreken geen woord Frans en hij nauwelijks Engels en dan ben je gauw uitgekletst. Wij vervolgen ons praatje en als ik bij mijn tweede biertje vraag of ik er kan overnachten, lijkt zijn gedaante opeens te krimpen – een mooie soufflé die inzakt, een ballon die leegloopt Lees verder »