1

De kardinaal in zijn kooi

5 dec, 2024 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Vier lange zomers brachten wij achtereenvolgens door in de Dordogne. Dat was midden in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Die eerste zomer was ik twaalf. Ik weet dat zo precies omdat ik mezelf nog zie zitten op onze buiten-wc (een houten hok boven een afgrond), terwijl ik in gedachten middelbare scholieren napraat wanneer ze het over hun dagprogramma hebben: eerste uur Duits, tweede uur Wiskunde, na de pauze Engels, daarna Scheikunde enzovoort. Wat vond ik dat stoer, en wat verheugde ik me op de spoedige overgang van de lagere school – met elke dag eenzelfde meester of juf – naar de brugklas! Wat me minder helder voor de geest staat, zijn de routes die we namen, heen vanuit, en terug naar Nederland. Het moeten verschillende routes zijn geweest, want zo waren mijn ouders: ze wilden van de reis profiteren om telkens, onderweg, andere dingen te zien. En toch komt het me voor dat er vaste punten waren, en dat daar deze route elkaar kruisten. Waarom zou ik anders zo meteen aan het stadje Loches denken wanneer ik die reizen van een halve eeuw geleden memoreer? Het moet vaker dan één enkele maal zijn geweest dat we daar, vanuit de verte, de hoge donjon van het bijbehorende kasteel zagen oprijzen. Het moet ook vaker dan één enkele maal zijn geweest dat mijn vader dan het verhaal vertelde van de kardinaal die daar in een kooi gevangen had gezeten. Anders zou het me heus niet zo helder zijn bijgebleven.

Lees verder »

Bonjour Line

26 nov, 2024 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

We woonden in Brussel. Mijn vader werkte bij de EEG. Net als andere kinderen met ouders die bij de Europese instanties waren verbonden zaten wij op de Europese school. Kleuterklas in een van de barakken beneden, bij Juffrouw Odé. Eerste en tweede klas in het ‘château’ – een statig neoclassicistisch gebouw – derde klas in een barak achter, vierde klas terug in het château… In die tijd bestond Europa alleen nog maar uit Benelux-burgers, Fransen, Duitsers en Italianen (was het daar overigens maar bij gebleven…). De leerlingen werden in overeenkomstige, door taal bepaalde groepen onderverdeeld. En deze groepen gingen niet met elkaar om. Duitsers waren moffen, Fransen waren stiekem en wat we van Italianen vonden, weet ik niet meer. Weinig goeds. Het was al heel wat dat in onze sectie Nederlanders en Vlamingen samen zaten zonder dat de enen voor kaaskoppen werden uitgemaakt en de anderen voor ‘Belgen’ – omdat voor Nederlanders de enkele benaming ‘Belg’ al genoeg zegt en een nieuw invectief daarom niet hoeft worden gevonden. Had het ermee te maken dat Brussel tweetalig is dat we, weliswaar van de Nederlandse sectie, al vanaf de vierde klas van de lagere school Franse les kregen? Ik zie ons daar nog zitten, in een onverwarmde barak achter het chateau, naast het grote speelplein. Het is winter, de kastanjebomen zijn kaal, de scherpe lucht van rottend blad dring tot in de klas door, de duisternis valt vroeg in. Ook binnen is het donker, dat moet omdat op het scherm, voorin de klas, dia’s worden vertoond. Plaatjes, handgetekend, die een Franse les begeleiden. Het programma heet Bonjour Line.

Lees verder »

In de Aveyron

19 nov, 2024 Onderdeel van poésies 

Paul Gellings is dichter, schrijver en vertaler. Zijn oeuvre is aanzienlijk. Bij Uitgeverij Arbeiderspers kwamen enkele van zijn gedichtenbundels uit. Zijn romans zijn onder andere Witte paarden (2001), De zomer van Icarus (2010), Verbrande schepen (2011), Augustusland (2013), De jacht op de klaproos (2016), De wereld als leugen (2018),  Het smeedwerk van herinnering (2021). Vorig jaar verscheen Terug naar de Stichtstraat (Longlist Libris literatuurprijs). Paul Gellings schrijft vloeiend Frans, in 2014 is van hem een roman in het Frans in het licht gebracht: Amsterdam Quartier Sud (Ed. Pierre Guillaume de Roux). Paul Gellings is door het Franse ministerie van Cultuur onderscheiden voor de manier waarop hij al sinds bijna veertig jaar de Franse taal en cultuur onder de aandacht brengt.

Lees verder »

Een antirevolutionnaire papegaai

7 nov, 2024 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Dit is het hartverscheurende verhaal van een papegaai die trouw bleef aan de politieke idealen van zijn adoptiefamilie en die daarmee deze familie in het ongeluk stortte. Hij heette Jacot, en de markies Louis-Auguste de la Viefville had hem in huis genomen om daarmee zijn nog jonge dochter een plezier te doen. Jacot werd de huisvriend van de hele familie. En dat bleef hij toen in 1789 de Revolutie uitbrak. Toen ook in Noord-Frankrijk de royalisten zich in het nauw voelden gedreven, besloten velen onder hen naar de Zuidelijke Nederlanden uit te wijken. De markies de la Viefville ging van daaruit nog geregeld op en neer naar Arras, waar hij een groot stadshuis bezat. Hij wilde voorkomen dat hij door een te lange afwezigheid op de lijst van ‘émigrés’ kwam te staan, want die werden door de revolutionairen van hun bezit beroofd en als vijanden-van-de-revolutie beschouwd. Hierop stond de doodstraf. De schoonzoon van de markies had daarentegen bewust voor emigratie gekozen, hij had Frankrijk voorgoed de rug toegekeerd. Als de markies en zijn dochter hadden geweten dat dit genoeg was om ook hen – zijn naaste familie – te arresteren, waren zij na zijn beslissing niet voor de zoveelste maal de grens overgegaan, voor een kort verblijf in het oproerige Frankrijk. Ze werden meteen opgepakt en in hechtenis genomen. De bedienden mochten doorreizen naar Arras, waar ze hun intrek namen in het grote huis – samen met Jacot, de papegaai. Et toen gebeurde het… Het drama!

Lees verder »

Adieu, monsieur le professeur

1 nov, 2024 Onderdeel van pensées 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Drie dagen na de moord op Samuel Paty stroomden in Parijs duizenden mensen – veel jongeren – de straat op voor een spontane huldebetoging. Dat was vier jaar geleden. Door heel Frankrijk had een rilling van verontwaardiging gevaren. Voor het eerst had een fanatieke Moslimterrorist het direct op een leerkracht voorzien. Waarom? Omdat hij voor een klas scholieren bezwaar had gemaakt tegen het fenomeen censuur, en omdat hij vond dat de vrijheid van meningsuiting ook het publiceren van spotprenten van de profeet Mohammed toeliet. Onder de betogers bevond zich een jonge Belgische zanger. Hij had zijn gitaar meegepakt en met enige schroom begon hij daarop het bekende chanson van Hugues Aufrey, Adieu, monsieur le professeur te tokkelen. Of het zou aanslaan, wist hij niet… Het sloeg aan. De omstanders begonnen mee te zingen, drongen er bij hem op aan met zijn gitaar op een verhoging te gaan staan, en al gauw zong de hele menigte op de Place de la République mee. Het chanson is daarmee een strijdlied geworden, tegen obscurantisten en ter huldiging van onderwijzers en leraren. Wie het hoort, denkt aan die aardige leraar Samuel Paty, voor wie het opleiden van jongens en meisjes een hartstocht was.

Lees verder »