Waldenberg (1)
10 okt, 2014 Onderdeel van penséesColumn door Caspar Visser ’t Hooft
Nooit eerder is van zoveel dingen gezegd dat ze “moeten” zonder dat erbij wordt gezegd van wie ze moeten. Bijvoorbeeld: Je moet met de tijd meegaan! O ja? Van wie moet dat? Van God? Heeft iemand hem dat horen zeggen? Van de wet? Het staat er niet in. Van de tijd zelf? Zodat mensen van veel dingen waar ik om geef beweren dat ze “niet meer van deze tijd” zijn? Is de tijd een big brother met een zwarte bril? Als je ervan uitgaat dat de tijd een kracht is die macht over ons uitoefent, ga je als vanzelf de tijd dààr zoeken waar het meeste lawaai wordt gemaakt. Want kracht en macht worden nu eenmaal op dit ondermaanse door lawaai, geschreeuw en klatergoud uitgebeeld. Wie stilte zoekt, zich terugtrekt om eens rustig over de dingen des levens na te denken, zich aan bespiegelingen overgeeft, stapt dan zogenaamd “uit de tijd”. Het lijkt erop alsof alles in het werk wordt gesteld om deze beschouwende geesten – en wie zijn dat niet, bij wijlen? – angst aan te jagen: pas maar op, wanneer je na je periode van afzondering terug komt in de tijd – man, je zult het zien: wat heb je in de tussentijd veel gemist! Lees verder »






