1

Wilfred de Bruyn: nul verstand van Frankrijk

6 apr, 2016 Onderdeel van pensées 

Column door Peter Hagtingius

Nadat ik al vele jaren in Frankrijk verbleef, tipte iemand dat ik via een of andere truc Nederlandse televisie kon ontvangen. Vermoedelijk een illegale omweg of zoiets, naar véél dingen kun je vandaag de dag maar beter geen nadere navraag doen. En August de Domme is een vrolijke rol die me in toenemende mate aanspreekt. Je moet vooral niet doen alsof je iets snapt. Ik ging voor het eerst in lange tijd naar Nederlandse televisie kijken. Het NOS-Journaal bleek in handen van pseudo-Vierdaagsewandelaars, nog net niet uitgedost met een Tiroler hoedje of van die Nordic-strompellucifers waarmee geen serieuze invalide ooit betrapt wil worden. De nieuwsselectie leek me toevertrouwd aan leerling-stagiaires die het belang van een verkeersongeval te Simpelveld hoger inschatten dan dat van de toestand in de wereld. Lees verder »

Verteld landschap

31 mrt, 2016 Onderdeel van paysages 

Column door Willem van Toorn

‘… alsof er tussen ons een rivier ligt of een paar hectare bouwland’ – Zó hard praat volgens François Seurel een dorpeling in de Sologne tegen hem, terwijl ze toch vlak bij elkaar staan. François Seurel is de ik-verteller in Alain-Fourniers beroemde roman Le Grand Meaulnes. De roman verscheen in 1913, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog waarin de jonge schrijver al in september 1914 sneuvelde. Nu, een eeuw later, hoor ik nog regelmatig die luide stemmen van de dorpelingen. Ook in het gehucht in de aangrenzende Indre, waar wij al zo’n achttien jaar een huis hebben, praten boeren die een paar meter van elkaar af op een erf of op de weg staan dikwijls op een sterkte alsof ze elkaar over de hele lengte van een akker iets aan het verstand moeten brengen. Lees verder »

Zuiden

23 mrt, 2016 Onderdeel van paysages 

Column door Annelies Verbeke

Een week geleden reden mijn geliefde en ik de Belgisch-Franse grens over om pas in de Ardèche halt te houden. Er zijn weinig Belgen (en vermoedelijk nog minder Nederlanders) die nog nooit in Zuid-Frankrijk zijn geweest. Ook in mijn vakantieherinneringen is het gebied een terugkerend thema. In de vroegste van die herinneringen domineren zakjes met lavendel, nieuwe sandalen met een hakje, zingen met mijn ouders in hun jeep, een verlaten strand, picknicks in het hooi. En rond mijn achttiende is er een helse busreis met vrienden naar Avignon, waarbij ik gewekt wordt door het gezicht van de Nederlandse buschauffeur dat boven mij uit zweeft en zegt: ‘Heuj, heuj, petit deuj-jeuj-neuj!’ Lees verder »

Gieren

9 mrt, 2016 Onderdeel van paysages 

Column door Isabelle Rossaert

We waren al op de terugweg toen ik het krantenartikel ontdekte. Ik had het dagblad gekocht in een kleine superette in een dorpje nabij Crest. Het was, aan de vormgeving, de foto’s en de koppen te zien, een lokale krant. We hadden een week doorgebracht op een camping in La Motte Chalancon, waarvan ons was beloofd dat ze rustig en te midden van de natuur zou zijn. Een week eerder, terwijl we in de late namiddag door een vallei reden op weg naar die camping, kreeg ik een benauwd gevoel. Rust en natuur, daar was ik naar op zoek. En de Drôme, dat gebied tussen de Provence en de Alpen waar de bergen iets hoger en iets groener zijn, leek de uitgelezen plek. Maar toen we door die desolate vallei reden, langs kale zwarte aarde die eerder aan een maanlandschap deed denken, met hier en daar een verlaten huis dat iemand nog hoopvol te koop had gezet, begon ik te twijfelen aan die keuze. Dit leek wel de streek waarover Jean Giono zo mooi had geschreven in De man die bomen plantte. Even desolaat. En Elzéard Bouffier, de oude schaapsherder die in dit verhaal eigenhandig hele bergen beboste, was hier zo te zien niet langs geweest. Geen dorp, geen hotel, geen herberg was er te bespeuren en ik vroeg me al af wat we onszelf hadden aangedaan. Lees verder »

Vluchteling in de Provence

5 mrt, 2016 Onderdeel van paysages 

Column door Peter Hagtingius

En toen besloot ik dus te verkassen. Een vrij dramatische beslissing die ik zo lang mogelijk had uitgesteld. Want na doodgaan is verhuizen het allerergste, ik citeer een vriend die zowel verhuisd als overleden is. Maar er werd ineens een mega-villa vrijwel in mijn achtertuin opgetrokken, ofschoon mij jarenlang verzekerd was dat het terrein waarop ik uitkeek inconstructible was. Zou het bestemmingplan gewijzigd zijn? Ik had er niets over gelezen en in het dorpscafé niets over gehoord. Dus hoe kon het dan dat er ineens bouwvakkers opdoken die met vervaarlijke apparatuur dezelfde extreme pokkenherrie produceerden als dj’s op zo’n heavy metal dancefestival. “Weet je toch?” zeiden ze in de kroeg, “met de burgemeester valt altijd te dealen”. Er werd een vette knipoog bijgeleverd, maar dat hoefde niet. Ik kende de reputatie van Monsieur le maire als gezellige gesprekspartner voor uitpuilende portemonnees. Lees verder »