1

Kathedraal van Kant

28 mei, 2021 Onderdeel van paysages 

Column door Gerwin van der Werf

Wie over de A31 vanuit Luxemburg richting het zuiden rijdt komt Metz tegen. Je rijdt er bijna tegenaan. Metz is een mooie stad aan de Moezel, maar ik geloof dat ik op een paar francofielen na de enige Nederlander ben die de stad bezocht heeft. Jaarlijks rijden dus miljoenen landgenoten over die afgrijselijke A31 naar hun vakantiebestemming ergens in het zuiden waar het heet is, maar niemand stopt ooit in Metz. Dat komt omdat Metz te dichtbij is om een tussenstop te doen, je bent nog nergens als je bij Metz bent, zo denkt de vakantieganger – voor zover een doorsnee vakantieganger op denken betrapt kan worden. Het is een misvatting die ik graag in stand wil houden, omdat Metz dan lekker van mij blijft. De historie van Metz gaat drieduizend jaar terug, dat is indrukwekkend, maar daar wilde ik het niet over hebben, het gaat mij om de kathedraal. Iedereen die over die A31 raast kent die kathedraal, dat kan niet anders want je rijdt er dus kilometerslang recht op af. Net als je gaat geloven dat de snelweg dwars door de kathedraal heen loopt, buigt de weg af naar rechts, om het centrum van Metz heen. Dat geeft je de gelegenheid de kathedraal van alle kanten te bekijken, want het volgende moment dat je hem weer ziet rijd je er zowat naast, het bouwwerk lijkt doorzichtig, gewichtloos en wordt geflankeerd door twee torentjes van fijn kantwerk. De snelweg maakt gewoon een rondje, een ererondje voor deze kathedraal. Het gebouw bezit het op twee na hoogste middenschip van Frankrijk, staat op het hoogste punt van de stad en is bovendien het gebouw met het grootste oppervlak aan glas-in-lood ramen ter wereld. Maar ach, rijdt u toch door, nu is de kerk achter u, hij zit nog een tijdje in uw achteruitkijkspiegel en dan is het op naar Nancy, Toul, Dijon, Lyon, Orange…

Lees verder »

Enfin ! De biografie van Jef Last !

23 mei, 2021 Onderdeel van proses 

Column door Rudi Wester

In januari 2021 kwam mijn biografie over Jef Last uit onder de titel Bestaat er een raarder leven dan het mijne? Gelukkig kreeg het overal goede tot zeer goede recensies, al schreven sommige kranten dat ik er ruim dertig jaar over had gedaan. Dat nu is overdreven, al moet ik erbij zeggen dat er heel wat weddenschappen op af zijn gesloten: komt-ie wel of niet? In werkelijkheid werkte ik, als free lance literair criticus voor Vrij Nederland, Trouw en Opzij, eraan van 1986 tot 1991, waarin ik vooral gesprekken met zijn drie dochters, met mede-verzetsmensen en met oude vrienden op band opgenomen heb. Maar toen werd ik (adjunct)directeur van het Literair Vertalingenfonds (nu: Het Letterenfonds), vervolgens directeur van het Institut Néerlandais en ambassaderaad voor culturele zaken aan de Nederlandse ambassade in Parijs, en daarna artistiek directeur om van mijn geboortestad Leeuwarden ‘European Capital of Culture 2018’ te maken. Dat lukte, en ik bleef aan om culturele projecten tussen Valletta, de andere 2018–stad, en Friesland op te zetten. Tot ik op 1 november 2016 besloot mijn baan op te zeggen en de biografie af te maken. Het was nu of nooit.

Lees verder »

Rivesaltes, een oord van stille moord

16 mei, 2021 Onderdeel van paysages 

Column door Sarah De Vlam

Op 30 mei 2019 parkeer ik pal op de middag mijn kleine rode peugeootje op de zonovergoten immense parking van de Mémorial van het concentratiekamp van Rivesaltes. Er staan enkele auto´s, niet meer dan vijf. De meesten met een buitenlandse nummerplaat, zoals de mijne. Het is muisstil, de zeebries is gaan liggen, zelfs met zonnebril kijk ik door twee fijngeknepen oogspleten 360 graden in het rond. Ik heb over deze plek en omgeving gelezen. Het zijn de getuigen en hun vluchtelingenverhaal die me hier brengen. Zij beschreven de pastelkleurige hemel, het felle licht, de zonsondergang in de bergen – voor de Belgen een nieuw fenomeen, want in hun geheugen gaat de zon altijd onder in de zee –, de warmte die het landschap doet trillen, de typische Mediterrane vochtigheid die als een blanke voile over het vlakke droge landschap hangt en de majestueuze berg de Canigou, de laatste grote top voor de Pyreneeën in zee verdwijnen. Dit was het baken waarvan de vluchtelingen wisten dat dáár Spanje lag, de richting waar zij heen wilden.

Lees verder »

Schrijven en corona

12 mei, 2021 Onderdeel van proses 

Column door Michael Berg

Boeken ontstaan in je hoofd. Geen idee hoe dat precies werkt. Soms loop ik jaren met een half verhaal rond voor de stukjes van de puzzel eindelijk in elkaar vallen. Soms gebeurt het binnen een week. Eind 2019 had ik het idee voor mijn nieuwe boek – mijn 10e thriller – in mijn hoofd. Grof dan. Een ratjetoe van scènes, personages en hele en halve plotlijnen. De titel had ik ook al bedacht: De vermissing. Titels moeten bij voorkeur uniek zijn. Maar dat is lastig want er verschijnen zoveel boeken. Voor de zekerheid googelde ik ‘De vermissing’ en constateerde dat slechts één collega – een buitenlandse auteur – de titel eerder had gebruikt. ‘De vermissing’ bleef dus staan. Mijn boek zou gaan over Ella Drukker, een jonge Française uit een streng christelijk milieu, die al tien jaar vermist werd. Al die tijd had ze haar ouders met feestdagen en kaartje gestuurd, maar aan die stroom kaartjes was plotseling een eind gekomen. Iemand moest Ella gaan vinden. Een oud-klasgenote. Zo verscheen Chantal Zwart, de journaliste die in Nacht in Parijs (2012) de hoofdrol had gespeeld, weer in beeld. Ik stelde me een spannende zoektocht voor die zou beginnen in en rond Parijs en zich vervolgens zou verplaatsen naar een onherbergzaam gebied in de Limousin, de streek waar ik veertien jaar had gewoond. Iemand die er baat bij had dat Ella Drukker niet gevonden werd zou Chantal Zwart volgen. En dan bestonden er nog een aantal even mysterieuze als gewelddadige overvallen op rijke oudjes. Dat waren de ingrediënten voor De vermissing.

Lees verder »

Franse autoliefde

7 mei, 2021 Onderdeel van proses 

Column door Peter Hagtingius

Er was weer zo’n enquête: volgens 76% van de Fransen is het leven zonder auto niet te doen. En 64% heeft een ‘droomauto’ in gedachten. Die meestal onbetaalbaar is. Wat me het meest verbaasde: 2 op de 5 Fransen hebben een koosnaampje voor hun voiture. Ik zeg weleens ‘diesel’ tegen mijn 4×4, maar alleen bij het tankstation en dat is dan minder liefkozend bedoeld. Die auto heeft een Japans paspoort. Ik heb wel enig begrip voor de autoliefde van de Fransen. Citroën, Peugeot, Renault en niet te vergeten Panhard, merken die je tot het Franse erfgoed mag rekenen. Renaultjes die als taxi’s soldaten naar de fronten in de Eerste Wereldoorlog reden, de uitvinding van voorwielaandrijving (traction avant) door André Citroën die vanwege zijn Nederlandse afkomst eigenlijk gewoon Citroen heette. Een diamantairsfamilie die naar Parijs emigreerde. Op school in Frankrijk werd hem verteld dat het beter was er Citroën van te maken.

Lees verder »