Cèpes
11 jun, 2021 Onderdeel van politiquesColumn door Caspar Visser ‘t Hooft
Als je zegt dat je ze op de markt hebt gekocht, kijken de mensen je aan met een wat meewarige blik. Want dat is het ware niet. Nee, eekhoornbroden – in het Frans cèpes – moet je zelf in het bos hebben gevonden. Dan eet je deze koningin van het paddestoelenvolk met des te meer genot. Ik laat bange stadsmensen buiten beschouwing. Die zijn per definitie wantrouwig: misschien zitten er bij de paddenstoelen, die ons daar worden opgedist, een paar giftige tussen. Wat je kant en klaar in de winkel koopt, dat is toch maar veiliger. De stakkers! Nee, eten is niet alleen voedsel naar binnen werken. Eten is ook een ritueel, je praat erover, je hebt het over de herkomst van de ingrediënten, over hoe je ze klaar moet maken, welke wijn erbij past, enzovoort. Fransen zien dit is als een vorm van beschaving, en dat is het ook. Maar opgepast! Ik had het over de herkomst van het voedsel, wat de cèpes betreft doe je er goed aan niet al te veel door te vragen. Bij behoorlijke mensen spreekt het voor zich dat ze zelf hebben gevonden, maar vraag niet waar. Dat hoort niet. Waarom niet? Omdat je hen dan dwingt het hoofd te schudden. Want ze zullen het niet zeggen, nooit en te nimmer. Iedereen heeft zo z’n plek waar hij zijn cèpes vindt, maar het blijft voor anderen een geheim. Iedereen zal er maar eens de boel komen leegroven, dat willen we niet. Toch heb ik één keer bij mensen de vraag gesteld: “Waar komen ze vandaan?” Het antwoord was bijzonder verrassend, voor mij een bewijs dat het grote land Frankrijk soms heel klein kan zijn.
Lees verder »






