1
1
2-300x75
3-300x75
4-300x75
5-300x75
6-300x75

Gouden gat in turkooizen hemel

28 dec, 2024 Onderdeel van proses | Reacties uitgeschakeld voor Gouden gat in turkooizen hemel

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Het was toch maar tien jaar lang dat Louis Couperus met zijn vrouw in Nice woonde, van 1900 tot 1910. In die tijd schreef hij twee van zijn mooiste romans: de lijvige bundel van De boeken der kleine zielen en Van oude mensen, die dingen die voorbijgaan. Je zou verwachten dat Nice, of althans de Franse Riviera, er uitgebreid in wordt beschreven. Niets is minder waar. In de Kleine zielen komt op bladzijde zoveel de heldin, Constance van der Welcke, vol verhalen terug van een séjour in Nice. Ze weet niets beters dan te vertellen van soirées bij aristocratische villégiateurs (deftig woord voor vacanciers) in hun villa’s aan de Côte. Al met al weinig schilderachtig. Nee, voor zover ik heb kunnen nagaan bevat Couperus’ romaneske oeuvre maar één enkele omschrijving van Nice en omgeving – een tiental zinnen, meer niet. Ze komen voor in Van oude mensen

Lees verder »

Diervriendelijk carnivoor

17 dec, 2024 Onderdeel van pensées | Reacties uitgeschakeld voor Diervriendelijk carnivoor

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Wat kunnen mensen toch tegenvallen! Een voorbeeld: Ik zeg dat ik er geen moeite mee heb om zo nu en dan een stuk vlees te eten, als het maar afkomstig is van een dier dat, voordat het werd geslacht, een goed dierenleventje heeft gehad. Antwoord – antwoord dat zo tegenvalt: Mee eens, want dan is het vlees ook veel lekkerder. Maar daar gaat het mij helemaal niet om – althans niet in de eerste plaats – om de kwaliteit van het vlees! Ik denk aan het arme beest zelf. Een koe hoort in een malse wei te grazen, een varken is in zijn element in een ruim hok met veel modder waar hij zich in kan wentelen, een kip moet vrij op een erf rondstappen en daar graankorreltjes oppikken, een vis hoort in de zee… Laat ze fijn leven zoals de natuur hen dat voorschrijft. Zo heeft God ze geschapen. Dat wij dat niet doen, is ons probleem. Ja, en als we ze dan slachten, dan doen we dat met een zuiver geweten. Met een geweten dat althans zuiverder is dan wanneer het een dier betreft dat niets anders dan de hel van de intensieve vleesindustrie heeft gekend. Want een kwaad geweten hebben we – je kunt het honderdmaal ontkennen, we hebben het.

Lees verder »

Kees Jansen en zijn volgelingen

10 dec, 2024 Onderdeel van proses | Reacties uitgeschakeld voor Kees Jansen en zijn volgelingen

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Kees, zo zullen ze hem hebben genoemd toen hij met zijn kameraadjes op het dorpsplein van Acquoy, in de Betuwe, speelde. Zijn officiële doopnaam was Cornelius. Zo alledaags als zijn naam was, zo opvallend is de naam van het dorp waar hij in 1684 ter wereld kwam. Er zijn wel meer plaatsen in Nederland die Frans klinken – enfin, niet veel, een paar: Montfoort, Bourtange, Zonnemaire. Het lijkt maar zo, de oorsprong is of Germaans of Latijn. Puur Frans zijn alleen Bonrepas, bij Vlist, en Retranchement in Zeeuws-Vlaanderen. En Acquoy? In Noord-Frankrijk heb je het plaatsje Bucquoy. Men schijnt niet precies te weten wat de etymologie van die namen is. Hoe dan ook, het is een wonderlijke samenloop van omstandigheden: De Hollander Cornelius Jansen werd in een dorp geboren met een Frans klinkende naam, en het was in Frankrijk dat hij befaamdheid zou verwerven. Een stroming binnen de Rooms-Katholieke Kerk die in de zeventiende eeuw veel deining zou veroorzaken is naar hem genoemd: de jansenisten.

Lees verder »

De kardinaal in zijn kooi

5 dec, 2024 Onderdeel van proses | Reacties uitgeschakeld voor De kardinaal in zijn kooi

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Vier lange zomers brachten wij achtereenvolgens door in de Dordogne. Dat was midden in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Die eerste zomer was ik twaalf. Ik weet dat zo precies omdat ik mezelf nog zie zitten op onze buiten-wc (een houten hok boven een afgrond), terwijl ik in gedachten middelbare scholieren napraat wanneer ze het over hun dagprogramma hebben: eerste uur Duits, tweede uur Wiskunde, na de pauze Engels, daarna Scheikunde enzovoort. Wat vond ik dat stoer, en wat verheugde ik me op de spoedige overgang van de lagere school – met elke dag eenzelfde meester of juf – naar de brugklas! Wat me minder helder voor de geest staat, zijn de routes die we namen, heen vanuit, en terug naar Nederland. Het moeten verschillende routes zijn geweest, want zo waren mijn ouders: ze wilden van de reis profiteren om telkens, onderweg, andere dingen te zien. En toch komt het me voor dat er vaste punten waren, en dat daar deze route elkaar kruisten. Waarom zou ik anders zo meteen aan het stadje Loches denken wanneer ik die reizen van een halve eeuw geleden memoreer? Het moet vaker dan één enkele maal zijn geweest dat we daar, vanuit de verte, de hoge donjon van het bijbehorende kasteel zagen oprijzen. Het moet ook vaker dan één enkele maal zijn geweest dat mijn vader dan het verhaal vertelde van de kardinaal die daar in een kooi gevangen had gezeten. Anders zou het me heus niet zo helder zijn bijgebleven.

Lees verder »

Bonjour Line

26 nov, 2024 Onderdeel van proses | Reacties uitgeschakeld voor Bonjour Line

Column door Caspar Visser ’t Hooft

We woonden in Brussel. Mijn vader werkte bij de EEG. Net als andere kinderen met ouders die bij de Europese instanties waren verbonden zaten wij op de Europese school. Kleuterklas in een van de barakken beneden, bij Juffrouw Odé. Eerste en tweede klas in het ‘château’ – een statig neoclassicistisch gebouw – derde klas in een barak achter, vierde klas terug in het château… In die tijd bestond Europa alleen nog maar uit Benelux-burgers, Fransen, Duitsers en Italianen (was het daar overigens maar bij gebleven…). De leerlingen werden in overeenkomstige, door taal bepaalde groepen onderverdeeld. En deze groepen gingen niet met elkaar om. Duitsers waren moffen, Fransen waren stiekem en wat we van Italianen vonden, weet ik niet meer. Weinig goeds. Het was al heel wat dat in onze sectie Nederlanders en Vlamingen samen zaten zonder dat de enen voor kaaskoppen werden uitgemaakt en de anderen voor ‘Belgen’ – omdat voor Nederlanders de enkele benaming ‘Belg’ al genoeg zegt en een nieuw invectief daarom niet hoeft worden gevonden. Had het ermee te maken dat Brussel tweetalig is dat we, weliswaar van de Nederlandse sectie, al vanaf de vierde klas van de lagere school Franse les kregen? Ik zie ons daar nog zitten, in een onverwarmde barak achter het chateau, naast het grote speelplein. Het is winter, de kastanjebomen zijn kaal, de scherpe lucht van rottend blad dring tot in de klas door, de duisternis valt vroeg in. Ook binnen is het donker, dat moet omdat op het scherm, voorin de klas, dia’s worden vertoond. Plaatjes, handgetekend, die een Franse les begeleiden. Het programma heet Bonjour Line.

Lees verder »