1

Sportschool op z’n provençaals

7 okt, 2009 Onderdeel van plaisanteries 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Om de zoveel tijd vindt mijn rug het leuk om krak te zeggen. Arme rug, hij heeft nog steeds niet door dat hij dat kortstondige pretje met dagenlange zeurpijn heeft te betalen. En ik die dan krom loop – krom én voorover én naar rechts. Een vertoning! Hoeveel drempels van hoeveel fysio – ostheo – kinesitherapeuten heb ik intussen niet plat gelopen? Het hielp altijd maar even, nooit langer. Wat ik wilde, dat was gemasseerd worden. Lekker op een bank liggen en niks zelf hoeven doen. Nee, steevast begonnen ze te zeuren over vervelende oefeningen. Ja, en hoe vaak hebben ze me niet aangeraden me bij een sportschool in te schrijven om daar mijn spieren te ontwikkelen, vooral die van de buik, de benen en de rug, omdat alleen goed ontwikkelde spieren de ruggengraat in het gareel kunnen houden? Ik heb aan die raad nooit gevolg gegeven. Ten eerste niet omdat ik daar te lui voor was, ten tweede niet omdat me die sportscholen altijd een beetje louche leken. Iets voor onderwereldtypes, voor uitsmijters bij de ingangen van goktenten en bordelen. Ik zag ze daar al hangen met hun confectietorso’s, in van die martelwerktuigen en spiermachines, en daarbij harddrugs dealen… Lees verder »

Niets zeggen

23 sep, 2009 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Geen gat in een muur, of onder de grond, of mijn hond wil er doorheen. En dan kun je nog zo schreeuwen: “Asterix, hier blijven” of “Astérix, ici!” (mijn hond is tweetalig), verloren moeite – het apebeest is er vandoor. En wie weet, meteen onder een auto. Omdat mijn tuin aan een kant open is, heb ik daar met een stel aardige mensen van hier (Orange) een hek gezet. Nog een hele klus overigens. Vooral om de spiesen goed recht in de grond te krijgen, zo dat ze niet meer bewegen. Op een gegeven moment maakte ik een half-grappige opmerking: nog dieper en we stuiten nog op een Romeins mozaiek. Iets wat, me dunkt, heel goed mogelijk is omdat mijn huis en tuin zich nog net binnen de grenzen van wat eens de Romeinse stad Arausio was bevinden. Antwoord: Als we dat doen, vooral niets zeggen. Grond terugscheppen en niets zeggen! Lees verder »

De mooiste muur van mijn koninkrijk

4 sep, 2009 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Dit keer zeg ik: “Majesté, vous déconnez!” Nee, bij nader inzien doe ik dat niet. Al woon ik dan sinds deze zomer niet meer in de schaduw van zijn paleis, maar op tamelijk veilige afstand, toch waag ik het niet Lodewijk XIV van Frankrijk zo aan te spreken. Hij was een kwade koning, die zijn land veel ellende op de hals haalde, met zijn onnodige oorlogen, met zijn onverdraagzaamheid (ik denk hierbij aan de bloedige vervolging van zijn protestantse onderdanen), toch: een koning is een koning. In het bijzijn van een koning flap je niet zomaar eruit wat er in je opkomt – ook al heb je duizend maal gelijk. Ik zeg daarom niet “vous déconnez” (“je loopt te kletsen”), maar ik ga ook niet serviel “Mais certainement, sire” (“Zeker, sire”) stamelen. Een gepaste middenweg lijkt me ons “ja-maar”. Ik zeg “ons”, want hoewel deze woordcombinatie in alle talen voorkomt, geloof ik dat die bij niemand zoveel in de mond bestorven ligt als bij de Nederlanders, zo zelfs dat ze er graag een werkwoord van maken: ja-maren. “Ja, sire – màààr die muur bevindt zich niet in uw koninkrijk, maar op een stukje aardbodem dat niet van u is: het soevereine prinsdom Oranje.” We hebben het over de muur van het Romeinse theater in het Provençaalse stadje Orange – stadje waar ik sinds mijn vertrek uit Versailles, deze zomer, ben gevestigd. Lees verder »

De ontbrekende steen

13 jul, 2009 Onderdeel van pensées 

Column door Frans Willem Verbaas

Overal kom je ze tegen in Frankrijk en Italië, mijn favoriete vakantielanden. Ze tooien de steden, maar je vindt ze soms ook in dorpen die nog geen duizend inwoners tellen. Adembenemend zijn ze, van binnen nog meer dan van buiten, maar ze vervullen me ook met onbehagen. Wat bracht de middeleeuwers er toe om van die gigantische kathedralen en basilieken te bouwen? Wilden ze er God mee eren, of vooral zichzelf? Toch kan ik nooit aan zo’n kerk voorbij gaan. Ik moet er naar binnen om te proeven van het schemerige licht en de eeuwenoude ruimte. Hoe leger het interieur, hoe mooier ik ze vind. Maar zelfs in de leegste kathedraal laat het onbehagen me niet los. Ik mis er de menselijke maat, en de nederigheid die Christus verkondigde.  Lees verder »

De opstand der aardigen

18 jun, 2009 Onderdeel van politiques 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

We zitten op krullerige tuinstoelen rond een gietijzeren tafeltje op een grasveld. We proeven van de zelfgemaakte vin d’orange van de gastvrouw. De armen van een reusachtige ceder (een ceder is een edele boom, heeft dus geen takken, maar armen) beschermen ons tegen een felle zon. Ja, het is zeven uur ‘s avonds en nog hangt de koperen ploert zwaar in de hemel. We hebben het over de afgelopen dagen, hoe koud en regenachtig het in het begin van de week was. Vanaf donderdag klaarde het op. Ja, gelukkig, zegt iemand. Want anders was de nuit en blanc (“nacht in het wit”), gisteren, in het water gevallen. Nuit en blanc ? Iedereen kijkt de spreekster met grote ogen aan, en ziet de wallen onder haar ogen. “Ja, we lagen niet voor drieën ‘s nachts in bed. Maar hebben jullie daar dan nooit van gehoord ? Ze doen het al sinds een paar jaar. Dit keer was het op de place Concorde. Minstens vijftig volle bussen”… Lees verder »