1

De boekwinkel van Banon

5 sep, 2020 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Volgens een oude legende zou de Romeinse keizer Antoninus Pius zijn gestorven aan een indigestie omdat hij te veel van de geitenkaas uit het dorpje Banon, in de Alpes de Haute Provence, had gegeten. Dat was in het jaar 161. Wat mij betreft, ik ben niet bang voor een indigestie vanwege een teveel aan voedselgebruik. Ik ben niet zo’n veelvraat. Wel moet ik ervoor oppassen niet te bezwijken aan een andere soort indigestie – een intellectuele, of literaire indigestie. Want mijn gulzigheid kent geen grenzen waar het om iets anders gaat dat het dorp Banon te bieden heeft: boeken. In Banon heb je de grootste boekhandel van het hele Franse platteland. Waarom hij Le Bleuet heet, weet ik niet. Vanwege de blauwe luiken van het even zo hoge als smalle pand, midden in het dorp? In het Nederlands zeggen we ‘korenbloem’. De Fransen hebben het ook wel eens over de casse-lunettes (de ‘brillen-breker’). En waarom dat? Omdat korenbloemthee goed is voor vermoeide ogen. En waar krijg je vermoeide ogen van? Van veel lezen! Zit ‘m daar de link? Ik moet denken aan de laatste twee regels van een bekend gedicht van Victor Hugo Les bleuets (1828): Allez, allez, ô jeunes filles, cueillir des bleuets dans les blés! Boeken, dat zijn de bloemen in het monotone korenveld van het bestaan…

Lees verder »

Op zoek naar Emilie Bel’oeuvre

31 aug, 2020 Onderdeel van proses 

Column door Ate de Reede

À la mémoire de Melle Emilie Belleuvre * 17-01-1892 – † 9-11-1929 stond nauwelijks nog leesbaar in de zerk gebeiteld. Ik wist het meteen, mijn eerste roman gaat over haar. Waarom ik veertien jaar later weer naar haar toe ging en pas na zeventien jaar mijn debuut schreef, zal ik hierna vertellen. Waardoor ik Emilie vond en welke invloed zij had op de levens van anderen? Welk te lang verborgen gebleven geheim pas in 1983 werd ontsluierd? Dat is empathisch vastgelegd in de roman Emilie Bel’œuvre – de levende en de dode –

Eenentwintig was ik toen ik met net achttien maanden Koninklijke Luchtmacht achter de rug van mijn weinige spaargeld een tweedehands motor had gekocht en met een tentje achterop voor het eerst Frankrijk binnenreed. Ergens, in het noorden nog, werd ik – op een heuveltop knappend stokbrood met Camembert kauwend – geraakt door het uitzicht over het zonovergoten goudgeel golvende graan. Het was liefde op het eerste gezicht die nooit meer is overgegaan…

Lees verder »

Een sprookje voor in zware tijden

20 aug, 2020 Onderdeel van politiques 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Er wordt wel eens gezegd dat in perioden van voorspoed de mensen graag griezelen bij het horen van akelig nieuws, maar dat men in rampzalige tijden weer behoefte krijgt aan goede tijdingen, aan positieve verhalen. Ik heb zo de indruk dat de tijd van voorspoed zoals we die sinds de oorlog hebben gekend nu toch echt achter de rug ligt. Pandemieën, natuurrampen, oorlogsdreiging – het ziet er allemaal niet rooskleurig uit, in de wereld van nu. Laten we ons daarom weer eens troosten met een mooi, waargebeurd verhaal: niet alles is rot. Welk verhaal? Het verhaal van een caissière en haar dakloze vriend die bij de loterij een miljoen Euro wonnen. O, wat is daar zo bijzonder aan? En zo mooi? De loterij is toch niets anders dan een manier om arme mensen zoet te houden, opium voor het volk: zolang voor hen een kans – minieme kans – bestaat opeens, zomaar, rijk te worden, zullen ze niet in opstand komen, zullen ze zich niet mobiliseren met het oog op een rechtvaardiger samenleving. Het gegeven kansspel maakt daarom deel uit van een verrot systeem. ‘t Kan zijn, maar geen systeem is zo onzalig dat daarbinnen op individueel niveau geen mooie dingen kunnen gebeuren – dingen die ons, ondanks alles, weer met de mensheid verzoenen. Ik denk aan die caissière en haar vriend, aan wie ze waren, wat ze met hun miljoen deden…

Lees verder »

Het water blijft vloeien

27 jul, 2020 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

De kapel van Brouls wordt door oude lindebomen omringd, vandaar dat je hem vanuit het domein van mijn vrienden niet kunt zien. Wel de bomen. Brouls: een bestemming voor een wandeling, na een uitgebreid zondagsdéjeuner bijvoorbeeld. Twintig minuten lopen, langzaam heuvelopwaarts, een stuk door weilanden, een stuk over een smalle geasfalteerde weg, dan een hol laantje dat naar het hek leidt. Het uitzicht vanaf het terrein rondom de kapel is adembenemend. Bij mooi weer kijk je uit op het wijde panorama van de Franse Pyreneeën: een decor van coulissen die vlak achter elkaar zijn opgesteld, eerst groen-golvende heuvels, daarachter – en hoger – donkerblauwe partijen, daarachter muren van steen, en helemaal boven stukken wit. In de kapel van Brouls werd vroeger elke week een mis gevierd, nu niet meer. De kapel zou voorgoed in onbruik zijn geraakt wanneer men zich niet had herinnerd – dat was een paar jaar geleden – dat er lang geleden een lokale heilige werd vereerd. En wanneer men niet had gedacht: wat jammer wanneer deze aloude traditie voorgoed in de vergetelheid zou raken! Reden voor een paar ondernemende mensen om een vereniging op te richten die over het onderhoud van de kapel waakt en die zich belast met het organiseren van een jaarlijkse ceremonie ter ere van de betreffende heilige. Dit alles los van het programma van de lokale kerkgemeenschap. De plaatselijke pastoor bedient een parochie die uit zo’n twintig kerken bestaat (vroeger had elke ervan een eigen herder), zo’n kapel erbij, dat hoefde niet van hem. De jaarlijkse viering in Brouls moet het daarom met een hoogbejaarde priester doen die de mensen van de vereniging ergens hebben weten op te scharrelen. Ik was er een keer bij, een feestelijk gebeuren, kleurrijk, folkloristisch, maar om nu te zeggen erg christelijk-vroom – nee, niet bepaald.

Lees verder »

Verzetsstrijders

30 jun, 2020 Onderdeel van plaisanteries 

Column door Peter Hagtingius

Het was nog voor de déconfinement toen het eco-vriendelijke alarm van de vierpotigen afging. In verband met het huisarrest verbleef ik in een boek verdiept op mijn tuinterras. De honden waarschuwden dat er iemand aan kwam. Dat is vrij ongebruikelijk, ook (en vooral) volgens La Poste woon ik in een minder herbergzaam deel van het gemeentelijk grondgebied waaraan ook zo’n tomtommetje z’n digitale kompasvingers liever niet brandt. Met name als ik een beroep doe op de sectie pakketbezorging van La Poste word ik kennelijk met graagte geparkeerd op de opsporingslijst van zoekgeraakte personen. Waarna het recherchewerk toch al gauw enige weken vergt. Als je je er als ervaringsdeskundige op instelt, lijdt je gemoedsrust er niet onder. “Vous êtes en France, monsieur”, ik weet het.

Lees verder »