1

Het kopje koffie dat niet kwam

30 jan, 2021 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser’t Hooft

Vandaag is iedereen kwaad op iedereen. Of zou het iets van alle tijden zijn? Hoe dan ook, laat mij ook eens bijdetijds zijn en het over kwaad zijn hebben. Al zal het bij mij dan niet om kwaad als bijvoeglijk naamwoord (in de zin van boos), maar om kwaad als zelfstandig naamwoord (slechtheid) gaan. Ja, want laatst hadden we het erover – een paar anderen en ik: wat waren onze ervaringen met ‘het kwaad’? Waar en wanneer hadden we, ieder van ons, het sterkste de indruk gehad met ‘het kwaad’ te zijn geconfronteerd. Gek, ik moest meteen denken aan die keer dat een campingcar mijn witte Polo ramde. Dat was in de zomer van 1997, in een voorstad van Besançon.

Lees verder »

Arabisch meisje

14 jan, 2021 Onderdeel van politiques, proses 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

In mijn familie heerst glaucoom. Om de twee jaar moet ik daarom naar de oftalmoloog om de oogdruk te laten controleren. Toen ik er kortgeleden weer was, moest ik onwillekeurig terugdenken aan wat ik eens bij een eerder bezoek aan de ogendokter, in een andere Franse stad, had meegemaakt. Of – om in het oculaire register te blijven – had ‘gezien’. Die eerdere maal zat ik in de wachtkamer met een mevrouw met een rare bril en met maar liefst vijf of zes Arabische mannen. Ze waren klein van stuk, tanig, hun gezichten waren van leer, hun wangen hetzij bebaard, hetzij vol stoppels. Een van hen droeg een djellaba, de andere wat we destijds ‘Turkenpakken’ noemden: afgedankte herenkleding van bij het Leger des Heils. Ik dacht natuurlijk dat wanneer ze allemaal, de een na de ander, naar de dokter moesten, het voor mij lang wachten zou worden. Ik bleek me te vergissen. Een assistente kwam opdagen, ze werd door een jonge vrouw van ik schat tussen de achttien en de twintig op de voet gevolgd. De assistente vroeg haar nog even te blijven, in afwachting van het resultaat van de tests die ze zojuist had ondergaan. Wie of er nu aan de beurt was? Het was de mevrouw met de rare bril.

Lees verder »

Mijn kat is een kameel

2 jan, 2021 Onderdeel van poésies 

Mensje van Keulen heeft een omvangrijk œuvre opgebouwd, meerdere literaire prijzen ontvangen, kortom een bekende naam in literair Nederland. In haar roman De gelukkige (2001) beschrijft ze een dorp in Frankrijk. Dit gedicht heeft ze geschreven in verband met de jaarwisseling 2020-2021, het kwam uit bij de Slauerhoffpers, begeleid door een linosnede van de hand van Olivia Ettema. Het is een traditie geworden: op Schrijver in Frankrijk wordt telkens het jaar ingeluid met een nieuw poezengedicht van Mensje van Keulen.

Lees verder »

Op de motor

11 dec, 2020 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Vijfentwintig jaar geleden was ik zo gek een motor te kopen. Ik was boven eigen verwachting voor het motorrijexamen geslaagd, ik kocht een 500cc Honda. Toen ik hem moest afhalen sneeuwde het. Gelukkig hoefde ik niet ver te rijden. Een motor! Jij? Ja – ik, terwijl ik helemaal niets heb van een rebels type. Ik was nu eenmaal verliefd geworden op de Franse wegen waarover ik al sinds jaren elke week flinke afstanden moest afleggen. De motor zou me nog dichter met de neus op de weg duwen. Het heeft vijf jaar geduurd. Twee keer heb ik heel Frankrijk doorkruist, van het Noordoosten naar de Pyreneeën en terug. In drie etappes. Daarvan afgezien bewaar ik de beste herinnering aan de dag-toeren in de zuidelijke Ardennen en de Vogezen. Waarom ik er eigenlijk mee ben uitgescheden en ik die laatste motor, een Yamaha Diversion 900, heb verkocht? Een mens doet zo van die dingen.

Lees verder »

Spinnenweb

30 nov, 2020 Onderdeel van proses 

Column (verhaal) door Caspar Visser ‘t Hooft

Wanneer Jan-Erik en zijn vrouw Caroline met de kids vanuit Den Haag naar Zuid-Frankrijk rijden, dan nemen ze steevast de snelweg die over Brussel, Lille en Parijs gaat. Wanneer was het – twee jaar geleden?  – dat de oudste zich voor het eerst met de keuze van de route begon te bemoeien en dat hij aan Jan-Eriks hoofd begon te zeuren dat hij die weg door het lelijke Noord-Frankrijk ‘nu wel kende’. Zo saai ! Het was vanmorgen hetzelfde liedje geweest: Altijd over dat stomme Lille ! En nu zat hij diep achterover gezakt, een koptelefoon om zijn oren, met zijn lange benen venijnig tegen de achterkant van Jan-Eriks zetel te porren. En als Jan Erik hem dan in zijn achteruitkijkspiegel aankeek, dan staarde hij met grote ogen terug:  Jan-Erik moest weten dat hij er niet over dacht om naar buiten te kijken. Wat de middelste en de jongste wél deden. Als die zich over de een of andere bezienswaardigheid buiten opwonden, dan gaf hij ze stiekem of minder stiekem meppen. Een gebrul achter!

Lees verder »