1

De trein

21 dec, 2022 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Niets zo frustrerend als films vol interessante landschappen, maar waarin deze landschappen enkel een terloopse achtergrond vormen. In de diepte een slingerend stroompje dat door populieren wordt omzoomd, op een heuvel de ruïne van een Middeleeuws kasteel – je zou verwachten dat het spel van de acteurs en de plot van het verhaal op dit typisch Franse natuurschoon waren afgestemd, zodat tussen beide elementen een harmonie zicht- en voelbaar werd. Tevergeefs. Waar mooi, vloeiend Frans op zijn plaats zou zijn geweest, doen de derderangs acteurs, in dure auto’s vol glanzende gadgets, niets dan snauwen. Ze geven uiting aan ‘emoties’. En dat vraagt om ongearticuleerde huilerigheid en schuttingtaal. En wat een banaal verhaal ! Een liefde tussen twee doorsneemensen die hun eigen zelf uniek vinden en die allerlei goedkoop psychologische obstakels verzinnen waar die niet nodig zijn. Een moord – en je denkt : waren al die vulgaire, onsympathieke mensen maar om zeep geholpen, dat was dan tenminste opgeruimd-staat-netjes geweest. Ik denk aan veel films – bioscoopfilms, televisiefilms, televisieseries – te veel, maar niet aan alle films. Een van de mooiste films die ik ken, is The train met Burt Lancaster en Jeanne Moreau. Niet dat de landschappen, die in deze zwart-wit film uit 1964 worden getoond, nu zo bijzonder zijn, wel typisch Frans. Wel zo dat wanneer ik in de trein zit van Parijs naar Straatsburg, bij mij onwillekeurig scènes uit de film voor de geest komen zweven. Vanwege de uitgestrekte leegten buiten, de lage heuvels, de bossen, en de oorden met hun ouderwetse stations waar je doorheen, of langs, snelt. Waarom ? Omdat in The train de omgeving waarin het spannende verhaal zich afspeelt niet alleen onlosmakelijk met de intrige is verbonden, maar het verhaal ook aankleedt. En toch, zo mooi zijn de uitzichten tussen Parijs en Lotharingen nu ook weer niet. Wat is mooi ?…

Lees verder »

Clara, de eerste neushoorn in Nederland – Agnita de Ranitz

10 dec, 2022 Onderdeel van besprekingen 

Bespreking door Schrijver in Frankrijk

In het jaar 1741 betrad voor het eerst een neushoorn de Nederlandse bodem. De VOC-kapitein Douwe Mout was hem tegengekomen bij Jan Albert en Sibylla Sichterman in Bengalen. Jan Albert was er directeur van de VOC. Ze hadden de jonge neushoorn onder hun hoede genomen, ze behandelden hem als hun huisdier, totdat het te lastig bleek om hem te handhaven. Douwe Mout vroeg of hij het dier op zijn schip mee mocht nemen naar Nederland. Hij was op het idee gekomen haar daar als bezienswaardigheid op de markten te vertonen, wat hem in staat zou stellen het zeemanschap eraan te geven, en een aardige duit te verdienen. En hierin bleek hij zich niet te hebben vergist. Ongeveer tien jaar lang zou Douwe Mout met de neushoorn, die intussen de naam Clara had gekregen, niet alleen door Nederland (de Republiek van de Verenigde Nederlanden), maar ook door het Duitse Rijk, Frankrijk en Italië rondreizen. Overal waar hij kwam baarde Clara de grootste opzien, tot dusver had nog niemand een neushoorn in levende lijve kunnen aanschouwen. Kunstenaars, graveurs, porseleinfabrikanten, dichters lieten zich in hun werken door haar inspireren. Ook op de groten der aarde maakte het logge, maar vriendelijke beest indruk, de Franse koning, zijn maîtresse, Madame de Pompadour, ettelijke Duitse vorsten, de Oostenrijke keizer… Op een bestaand miniatuurportretje staat zijn jonge zoon Karl-Joseph afgebeeld met in zijn handen zijn lievelingsboek: een boek over Clara. Zijn vinger wijst op een afbeelding van het dier. Gedurende zijn omzwervingen zou Douwe Mout het contact met Sybilla Sichterman aanhouden, dat was de afspraak. Ze was namelijk geïnteresseerd in het wel en wee van het neushoorntje dat ze in het gouvernementspaleis in Bengalen zelf had opgevoed. Douwe Mout schreef haar geregeld brieven, zij anwoordde, hetgeen uitliep op een heuse liefdesband. Kortom, een merkwaardige, al met al vrolijke geschiedenis!

Lees verder »

De man uit het bos

29 nov, 2022 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Op doorreis naar het Zuiden stop ik in een stadje in het departement van de Loiret. Ik heb honger, ik wil iets eten. Op een plein parkeer ik de auto. Ik kijk om me heen, het dichtst bijzijnde restaurant is een Chinees. Omdat ik mijn hond in de auto laat, en ik de auto in de gaten wil houden, stap ik dat lokaal binnen en neem er plaats aan het raam. Van hieruit kan ik de auto zien, en ook de kop van Sam die boven de leuning van de achterbank uitsteekt. Tja, zodra je hebt geleerd je in restaurants wat beter te gedragen – later misschien, wanneer je wat ouder bent – mag je mee naar binnen. Niet dat Sam nu zoveel mensen, binnen, tot last zou kunnen zijn, want het zijn er maar een handjevol. Zachtjes smoezelen ze, op een achtergrond van zoetelijk getingel uit een geluidsbox. Op de toog, naast een glanzende boeddha, prijkt een plastic kerstboom met kleurenlichtjes die elkaar knipperend achtervolgen. Om nu te zeggen dat het zo gezellig is, binnen – nee, maar altijd beter dan buiten, waar voorbij en rondom het plein mist sluiert.

Lees verder »

De coltrui van Macron

5 nov, 2022 Onderdeel van plaisanteries 

Clumn door Peter Hagtingius

Wat mij betreft is de voornaamste charme van Frankrijk dat er altijd wel wat te lachen valt in dit malle land. Zo kwam dezer dagen Monsieur le Président de la République hoogst persoonlijk met een vast briljant bedoeld kledingadvies , mocht het van de winter koud worden. Van een staatshoofd mag je iets van een subliem idee verwachten en geen wonder, dus, dat Emmanuel Macron na lang creatief peinzen zijn landgenoten het licht deed zien met een tip van Olympische allure: trek een coltrui (‘col roulé) aan!

Een bijdrage van de Nummer 1 van de natie aan het internationale debat over de energiecrisis, ik werd er tamelijk vrolijk van, voor ik me afvroeg of ik het wel goed begrepen had.

Lees verder »

Onontdekte ruïnes

21 okt, 2022 Onderdeel van paysages 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Ik kom er rond voor uit, ik ben soms jaloers op de vorige generatie. Ze kunnen mooi zeggen: wij hebben de oorlogsjaren meegemaakt, en dat ware barre tijden. Of: toen wij jong waren, toen hadden we nog niet de helft van wat jullie nu allemaal hebben. Ja, ze hebben me dit mooi onder de neus te wrijven – en ik knik grif ja – toch blijf ik geloven dat zij op hun beurt dingen hebben meegemaakt die voor ons niet meer zijn weggelegd, omdat deze dingen sindsdien verloren zijn gegaan. Omdat de werkelijkheid die zij nog hebben meegemaakt in zekere opzichten rijker was dan de onze. En ja, zo zijn we nu eenmaal, we kijken altijd naar wat we niet (meer) hebben, eerder dan naar wat we wel hebben… Zo was ik bijvoorbeeld erg jaloers op mijn ouders omdat zij een sprookjesachtige ruïne in de Dordogne hadden gekend nog in een tijd dat die in geen enkele toeristengids voorkwam.

Lees verder »