1

Laten we het eens anders doen

8 jul, 2026 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Liesbeth verheugt zich elk jaar weer op die leuke dienst in het protestantse kerkje van La Luze. Een tweetalige dienst, Frans-Nederlands, waarvoor de plaatselijke protestantse kerk al sinds een paar jaar elke zomer de dominee van een buurgemeente uitnodigt, omdat die toevallig een Nederlander is. Een Nederlandse predikant die binnen de ‘Eglise protestante une de France’ zijn ambt uitoefent. En als hij daar dan staat, voorin in het kerkje, dan zie je aan hem dat hij er schik in heeft om weer eens in het Nederlands te kunnen bidden en preken.  Eerst alle teksten in het Frans, dan alles nog eens over in het Nederlands. Wat de dienst natuurlijk wel wat lang maakt – zeker voor vakantiegangers! Maar goed, er is geen avondmaal bij, dat is altijd weer zo’n twintig minuten gewonnen. Maar hij heeft gelijk, die dominee, al zit er maar een handjevol Fransen in de kerk en vallen ze in het niet naast de massale aanwezigheid van Nederlandse families, toch houden we vast aan het Frans. We zitten per slot van rekening in Frankrijk.

 Alle gezindten samen

Sinds de vorige zomer vindt Liesbeth de dienst niet alleen maar leuk (in de zin van pittoresk), maar ook bijzonder en belangrijk. Want vorige zomer was ze tijdens het ‘kopje-koffie-na-de-dienst’ de familie Theunisse tegen het lijf gelopen. Door de volte had ze hen niet in de kerk zien zitten. “Hé! Jij hier?” had Willie Theunisse uitgeroepen. “Wat leuk! Willie!” Ze had Willie Theunisse geen hand kunnen geven, want in de ene hand hield ze een mok vol koffie, en in de andere een stuk vruchtentaart. “We staan met onze caravan op de Moulin de la Craffe – de camping links, bij de beek, even voor de ingang van het dorp,” legde Willie uit, waarna ze haar man erbij riep: “Theo, kijk eens wie we hier hebben, Liesbeth – Liesbeth De Groot, de zus van…”» Vergiste ze zich, of zag Liesbeth Theo even aarzelen toen hij haar gewaar werd? Nee – nee hoor, Theo knikte haar met een roodverbrand hoofd vrolijk toe. Willie en Theo Theunisse! – Liesbeth kende ze nog, allebei, van de catechesatie bij dominee De Vries. En meer in het algemeen van de tijd dat ze nog aangesloten was bij de Brandende braambos-kerk. Ja, wat een grappig toeval!

En dit jaar zijn ze er weer. Ze zagen elkaar al voor de dienst naar het kerkje lopen, en nu zitten ze naast elkaar op dezelfde kerkbank. Bijzondere dienst, belangrijke dienst: in Nederland, op het dorp, gingen ze allang lang niet meer op dezelfde hartelijke wijze met elkaar om – en zeker niet op zondag, wanneer de Theunisses naar dominee Jacobse gaan (de opvolger van dominee De Vries.) en Liesbeth naar de Hervormden (officieel PKN). Wanneer ze elkaar dan op weg naar de kerk tegenkwamen, dan klonk het ‘goede zondag’ over en weer nogal stijfjes. Liesbeth zit hier net aan te denken, wanneer tijdens de aankondigingen de dominee vraagt waar de Nederlandse mensen zoal vandaan komen. Hij begint met: “Wie komen er uit Friesland?” Zo’n dertig vingers gaan de lucht in. “Wie komen er uit Groningen?” Weer een heel stel vingers omhoog. “Wie uit Noord-Holland?” Enzovoort. Als alle provincies aan de beurt zijn geweest, zegt hij: “En nu jullie kerkelijke gezindten…” Een grapje: “Nee, dat willen we niet weten.” Maar Liesbeth weet heel goed dat tijdens deze Frans-Nederlandse dienst in het kerkje van La Luze bijna alle gezindten vertegenwoordigd zijn: vrijzinnigen, midden-orthodoxen, confessionelen, gereformeerde-bonders, synodaal-gereformeerden, christelijk-gereformeerden, Nederlands gereformeerden, gekrookte-rieters, noem maar op. Tijdens het kopje-koffie-na-de-dienst van vorig jaar had ze zelfs met een aardig Rooms-katholiek stel gepraat – straks even kijken of die er dit jaar weer zijn… Ja, en dat alles zit hier deze zondag doodgemoedereerd samen de Heer te loven! Bijzonder – belangrijk… 

Liesbeth’s kerk-gescheurde achtergrond

Want als er iemand aan dat gesplitste en gescheurde gedoe in het Nederlandse kerkelijke leven de pest heeft, dan is dat Liesbeth. Als ze bij haar in de familie elkaar nog rustig waren blijven verdragen, zelfs al waren sommigen (oudere broers Willem en Andries) bij de Brandende braambos-kerk gebleven, hadden anderen (zus en zwager Bollemans) zich bij de nieuwe Pinkstergemeente in de naburige stad aangesloten, hadden weer anderen (zijzelf en lievelingsbroer Albert met de zijnen) bij de Hervormden hun heil gezocht, en waren er tenslotte die nergens meer bij wilden horen… Nee, sinds de helft van de familie bij dominee Jacobse was weggelopen, vanwege sommige politieke uitspraken van hem, lag de familie aan scherven, gesplitst, gescheurd…

Ach, wat zonde weer!

Vandaar dat Liesbeth het zo bijzonder, zo belangrijk vindt dat hier, in dit kerkje van La Luze, iedereen gewoon bij elkaar is, en zij nu naast de Theunisses zit. De dienst is afgelopen. De Frans-Nederlandse dominee maakt aanstalten om de mensen voor te gaan, naar buiten, naar de tuin achter, waar het kopje-koffie-na-de-dienst zal worden aangeboden. Maar dan loopt plotseling iemand naar voren. Wie is dat? Hij vraagt om even stilte. “Mag ik nog even het woord?” De mensen weten niet of ze weer moeten gaan zitten of niet. De persoon vervolgt: “Alleen maar om sommigen onder u eraan te herinneren dat hier, in deze kerk, vanmiddag om vier uur een tweede dienst zal plaatsvinden, ditmaal in het Nederlands en met avondmaal. Tijdens die dienst zal voorgaan dominee Jansen.” Wat heeft dit te betekenen? Liesbeth kijkt geschokt opzij. Willie en Theo Theunisse schijnen op de hoogte. Ze leggen Liesbeth uit dat op hun camping meerdere families zitten van hetzelfde kerkgenootschap als waarvan de Brandende braambos-kerk deel uitmaakt (waaronder dominee Jansen en de zijnen), en dat ze als groep aan de lokale protestantse gemeente hadden gevraagd of ze voor een speciale dienst die middag over het kerkje konden beschikken. “O – dus een speciale dienst, alleen voor jullie, en dàn met avondmaal!” Wie zal het gevoel van ontmoediging beschrijven dat Liesbeth overmant? Ook de Frans-Nederlandse dominee is verbaasd, geschokt zelfs. Was hij niet op de hoogte geweest?

Ze zucht – hardop: “Ach, wat zonde weer!”

En dan toch de verrassing wanneer Willie en Theo melden dat ze niet van plan zijn aan die dienst deel te nemen. Ook zij vinden het niet nodig. Laten we het in Frankrijk eens anders doen.