Bonnard versus A.I.
5 jan, 2026 Onderdeel van penséesColumn door Caspar Visser ’t Hooft
Kleine musea, waar je nog geen driekwartier in hoeft rond te lopen om alles in ogenschouw te nemen – ja, die geef ik de voorkeur. Ik begrijp mensen niet die zo nodig naar grote musea willen. Uren lang rondslenteren door zalen terwijl je naar de WC moet, of last hebt van het dragen van je jas over je arm – je hebt hem uitgedaan, binnen is het te warm – of terwijl je pijn hebt aan je tenen omdat je schoenen niet goed zitten… En als er al stoelen zijn, dan zijn die voor de suppoosten – nee hoor, niet voor jou! Nee, geef mij maar het musée Bonnard in Le Cannet. Klein maar fijn, gewijd aan één enkele artiest, Pierre Bonnard. Wanneer je dan klaar bent met je bezoek, dan voel je schrap en sterk. Je hebt één artiest leren kennen, en goed leren kennen. Bij die grote musea loop je duizelend, bijna wankelend, weer naar buiten: te veel indrukken, van te veel verschillende stijlen, uit te veel verschillende perioden maken een wilde rondedans in je overbelaste hoofd. Nu loop ik naar buiten, en mijn blik is niet wazig vanwege de bonte overdaad die ik innerlijk nog moet verwerken, maar scherp. Ik zie de werkelijkheid om me heen met de blik van één mens. Bonnard. Want grote schilders leren je zien – ja, zien. Leren de plaatjes die de Artificial Intelligence (A. I.) genereert je zien? Na mijn bezoek aan het musée Bonnard kwam deze vraag onwillekeurig bij me op, want het is een ware tsunami die ons de laatste – nee, allerlaatste! – tijd overspoelt. Neem de Kerst en Nieuwjaarwensen van de afgelopen weken, ik heb ze geteld, meer dan de helft is A. I.
Bonnard
Pierre Bonnard leefde van 1867 tot 1847. Zijn kunst wordt beschouwd als behorende tot de school van het post-impressionisme. Met mensen als Edouard Vuillard, Maurice Denis en Felix Valloton vormde hij binnen deze school een aparte groep, de ‘Nabis’. Zijn stijl is weergaloos. Tamelijk felle kleuren, geen zachte kleurovergangen en schaduweffecten. Meestal scènes binnenshuis: een keuken, een vrouw zit aan een tafel met daarop een koffiepot, kopjes, schoteltjes, op haar schoot een zwart hondje. Op de achtergrond een raam met uitzicht op een weelderige tuin vol groen en geel, en ook rood en blauw. Bonnard leert je de interieurs van de kleine bourgeois ‘zien’, je gaat van ze houden. Ja, hij opent ogen. En wanneer ik bij sommige mensen op bezoek kom, dan denk ik: Bonnard! Zijn leven was overigens veelbewogen, maar dat is bij grote kunstenaars meestal het geval.
A.I.
Wanneer A.I. een plaatje genereert – laten we zeggen een schilderij – leren we dan ook ‘zien’? We kunnen A.I. vragen om Bonnard na te doen – de kleuren, de keukentafels met het geblokte tafelkleed, het hondje – en dat zal hij doen, en dat zal hij goed doen. Zouden we dan een authentieke Bonnard nog van een A. I. gegenereerde imitatie kunnen onderscheiden? En zo niet, is dat erg? Wat zeker is, is dat de wijze waarop Bonnard ons heeft leren zien als ‘nieuw’ kan worden bestempeld. Het nieuwe kwam van hem, Bonnard. A. I. doet niets anders dan navolgen. In de nabije toekomst zal A.I. veel meer kunnen doen, hij is er al mee begonnen: de voortbrengselen van grote schilders – evenzoveel expressies van ‘nieuw zien’ – in miljoenen combinaties samenvoegen. En dat zal om te beginnen een enorme stimulans blijken. Een combinatie van een doek uit de Italiaanse Renaissance en een Japanse prent uit de 19e eeuw, een amalgaam van Rembrandt en Frida Kahlo, een mengeling van Claude Monet, Picasso en Andy Warhol – noem maar op. Interessant! Daar twijfel ik niet aan. Ja, het zal ook schilders – schilders die nog mensen zijn – op allerlei ideeën brengen. ‘Nieuwe’ ideeën? Dat is de vraag. De elementen van het bestaande combineren, amalgameren, brengt dat voort wat als werkelijk ‘nieuw’ kan worden aangeduid? Het is en blijft om het bestaande gaan, en het verwante verschijnsel van het multiculturalisme, waar ideologen ooit zo hoog van opgaven, heeft te vaak getoond dat het daarbij gaat om een afzakken naar de laagste gemene deler. Te vaak – niet altijd? Nee, misschien niet altijd. In een melting-pot drijven soms verrassende dingen boven…
Geloof
Komt het nieuwe voort uit combinaties die tot dusver nog niet zijn beproefd? Ja maar – en we blijven op het terrein van de schilderkunst – als dan alle mogelijke combinaties binnen dit terrein tot stand zijn gekomen, en met A.I. zou dat nog eens in razendsnel tempo kunnen gebeuren, waar zou daarna nog het ‘nieuwe’ vandaan moeten komen? Ja, dan zullen we het toch weer bij een schilder moeten zoeken die gewoon een mens is. Een mens met z’n labyrintische levensloop – en alle levens zijn labyrinten, je weet hoe het begint, je weet hoe het eindigt, maar daartussen niets dan kronkelingen – ja, met z’n veelbewogen levensloop waarin de engel zaadjes heeft gestrooid, waarin de Geest van boven vonken aanblaast. Dan doen ze niet bij A.I. Een zaadje ontkiemt, de Geest heeft stof voor je ogen weggeblazen – en de blik die je op de werkelijkheid werpt is nieuw! En omdat je een hoogbegaafde artiest bent, komt dat in je schilderij tot uitdrukking. En je opent bij mensen de ogen, je leert ze zien – want zien is altijd ont-dekken, anders wordt het staren, en starende blikken zijn dode blikken, liefdeloze blikken.
De engel, de Geest van boven – de geloofsvraag is gesteld: kan het werkelijk ‘nieuwe’ van de mens komen, en van de A.I., die alleen maar kan werken, in ons geval combineren, met wat de mens erin heeft gestopt? Of kan het alleen van elders komen? Van de radicaal Andere, waar de profeten en apostelen van getuigen – én ja, de grote kunstenaars…






