1

Alles wordt lelijk

20 nov, 2025 Onderdeel van politiques

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

De tijd vliegt… Toen ik in Frankrijk kwam wonen, waren er nog mensen die zich de Eerste Wereldoorlog konden herinneren. Dat was in 1990. Waren ze 1990 geboren, dan waren ze negentig. Veertien waren ze toen de oorlog uitbrak. Maar zelfs wanneer ze van tien haar later waren, konden ze zich – op tachtigjarige leeftijd – nog dingen voor de geest roepen die ze als kleuters hadden meegemaakt. Het geheugen van kleuters is scherp. Ik moet bekennen dat hun verhalen me weinig interesseerden. Ik had de dertig nog niet gepasseerd, andere dingen hielden me bezig. Jammer achteraf. Nee, toch – één verhaal. Het was een gepensioneerde tekenleraar die er op een avond mee voor den dag kwam. Hij heette Monsieur Dumesnil – Roger Dumesnil – maar iedereen in Laon noemde hem ‘vieux genou’ (‘oude knie’). Dat was zijn totemnaam, van toen hij bij de padvinders zat. Oergezellig! – bij hem binnen, in een smal huis dat zich tegen de wand, die de bovenstad van de benedenstad scheidt, leek vast te klampen. Buiten donker en kil, binnen behaaglijk warm. Madame Dumesnil kwam met een zelfgebakken appeltaart aanzetten. Een fles cider werd opengetrokken. We waren met acht, of misschien tien. Een akelig verhaal… 

Dood met jullie!

Ook de vader van ‘vieux genou’ was destijds leraar geweest. Hij gaf Franse les op een gymnasium in Moskou. Hij was daar voor het uitbreken van de oorlog aangesteld, en hij zou samen met zijn vrouw en kinderen in Moskou de oorlog uitzitten, en er zelfs het begin van de revolutie meemaken. Zonder de oorlog, was er in Rusland, in 1917 geen revolutie geweest. In die zin kan de Russische revolutie als een facet van de oorlog worden gezien. Wat zich bij ‘vieux genou’ in het geheugen had geprent? Hij was nog klein. Veel was hem ontgaan. Maar niet de meubelwinkel die door een schreeuwende massa in de fik werd gestoken. Hij kon door het grote vitrineraam naar binnen kijken. Vlammen overal, en ook gedaanten die rondbewogen en wild gebaarden. Ze stonden in lichterlaaie. Het waren de mensen van de winkel, ze waren Joden. Kapitalisten! Bourgeois! Joden! Dood met jullie! Ik herinner me een pijnlijke trek op het anders zo vrolijke gezicht van ‘vieux genou’. Hij deed even zijn hand voor zijn ogen.    

Oorlog

Dat waren mensen die 14-18 nog hadden meegemaakt. Nu zijn we vijfendertig jaar verder, ze zijn er niet meer. De laatste soldaat die in de Eerste Wereldoorlog had meegevochten overleed in 2008. Hij heette Lazare Ponticelli, hij was honderdtienjaar oud. Nu is het de beurt van de volgende generatie om langzaam maar gestaag het veld te ruimen. Wie nu negentig is, heeft de ellende van de Tweede Wereldoorlog nog beleefd. Hij of zij was vier, of vijf, toen die oorlog uitbrak. Maar zoveel negentigjarigen zijn er niet over. Ik herinner me de verhalen – ik ging mettertijd beter luisteren. Het waren vaak vrouwen die ze me vertelden, omdat hun mannen al ter ziele waren. Vrouwen worden nu eenmaal ouder. Verhalen juist over hun mannen, hoe ze hen pas maanden en maanden na het einde van de oorlog terugzagen. Ze waren krijgsgevangenen van de Duitsers en de weg van de kampen terug naar huis was lang. Bij de Eerste Wereldoorlog was Nederland niet betrokken geweest, wel bij de Tweede. Mijn moeder wist zich nog veel te herinneren, ze heeft akelige dingen gezien, maar ze sprak er liever niet over. Wel zei ze eens – het heeft indruk op me gemaakt: In de oorlog wordt alles lelijk – alles!

En nu beginnen ze er opnieuw over

De tijd vliegt… Weer een nieuwe generatie die het overneemt en kijk – we beginnen losjes, op haast nonchalante wijze over oorlog te bazelen. De Russen komen, we moeten ons op een ‘conflict met hoge intensiteit’ voorbereiden. De Franse president overschreeuwt zijn falen op alle fronten door zich op te stellen als een nieuwe Napoleon, leider van de ‘volontaires’ (‘willing’ zeggen ze in Nederland). Per slot van rekening beschikt Frankrijk over de atoombom. Rusland wil landen inpikken. Echt? Met Frankrijk erbij? Is Oekraïne het waard dat we er een oorlog om beginnen – Oekraïne, een land waar de corruptie even zo welig tiert als in Rusland? Hou toch op! Oorlog is geen spel. ‘De Fransen moeten accepteren hun kinderen te verliezen’ – orakelde onlangs een Franse generaal. Dat was op de jaarlijkse bijeenkomst van de burgemeesters van de grote steden. Is hij gek geworden? En trouwens, wat heeft een militair over politieke keuzes te zeggen? We zijn het Griekenland van de kolonels niet. De Fransen zijn niet van gisteren, ze beseffen heel goed dat Macron die zotte generaal zijn woorden heeft ingefluisterd. Men vraagt zich zelfs af – met de ex-presidentskandidate Ségolène Royal – of Macron niet onbewust of halfbewust op een oorlog aanstuurt, want tijdens een staat van beleg hoeven er geen presidentsverkiezingen plaats te vinden. Dan kan hij in het zadel blijven zitten, net als de ex-showman in Kiev. Lelijk allemaal – erg lelijk. We zijn vergeten hoe lelijk een oorlog is. En mochten ze toch gelijk hebben, de mensen die vinden dat we alles op alles moeten zetten om Rusland aan banden te leggen, ook dan vraag ik me af of ze het wel beseffen, hoe lelijk alles wordt – ja, ook bij ons. En dan met atoomwapens erbij…   

Iemand vertelde me laatst dat aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, in 1939, in Engeland zevenhonderdduizend huisdieren werden afgemaakt. De overheid was bang voor voedingstekorten, voor honden en katten zou er niet genoeg zijn. Ja, zo beginnen oorlogen, met dit soort narigheden.