Diervriendelijk carnivoor

17 dec, 2024 Onderdeel van pensées

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Wat kunnen mensen toch tegenvallen! Een voorbeeld: Ik zeg dat ik er geen moeite mee heb om zo nu en dan een stuk vlees te eten, als het maar afkomstig is van een dier dat, voordat het werd geslacht, een goed dierenleventje heeft gehad. Antwoord – antwoord dat zo tegenvalt: Mee eens, want dan is het vlees ook veel lekkerder. Maar daar gaat het mij helemaal niet om – althans niet in de eerste plaats – om de kwaliteit van het vlees! Ik denk aan het arme beest zelf. Een koe hoort in een malse wei te grazen, een varken is in zijn element in een ruim hok met veel modder waar hij zich in kan wentelen, een kip moet vrij op een erf rondstappen en daar graankorreltjes oppikken, een vis hoort in de zee… Laat ze fijn leven zoals de natuur hen dat voorschrijft. Zo heeft God ze geschapen. Dat wij dat niet doen, is ons probleem. Ja, en als we ze dan slachten, dan doen we dat met een zuiver geweten. Met een geweten dat althans zuiverder is dan wanneer het een dier betreft dat niets anders dan de hel van de intensieve vleesindustrie heeft gekend. Want een kwaad geweten hebben we – je kunt het honderdmaal ontkennen, we hebben het.

Slager in de Pyreneeën

Al sinds meer dan dertig jaar ga ik geregeld op bezoek bij vrienden die in het voorgebergte van de Pyreneeën wonen. In de streek heeft zich de agrarische sector nog aardig weten te handhaven, zelfs kleinere boerenbedrijven – zoals Frankrijk er destijds zoveel had – kom je er tegen. Wanneer mijn vrienden vlees kopen, gaan ze naar de slager in het dorp. Ook dat is een zeldzaamheid geworden. Negentig procent van de Fransen – zo niet meer – gaat naar de supermarkt voor vlees. De slager heet Dencausse, hij heeft destijds de slagerij van zijn vader overgenomen. Aan haken hangen worsten en hammen, onder de vitrine liggen glimmende stukken rood-paarse kogelbiefstuk, runderhaas, entrecôte, schenkel, varkenskotelet, lamsbout enzovoort, enzovoort. Marie-Jeanne wijst op een stuk runderhaas. “Waar komt die vandaan?” Dencausse noemt de naam van een boer. Marie-Jeanne kent hem. Hij heeft mooie koeien, van het ras Gasconne. De veestapel is niet groot, maar hij verzorgt zijn dieren goed. Geef maar een kilo. Op de terugweg wijst Marie-Jeanne naar een stuk grasland dat tot boven op de lage heuvel doorloopt. Erachter schemert blauwig de coulisse van de Pyreneeën. In die wei grazen een twintigtal koeien, grijs, tanig, met lange kromme hoorns. Ook een paar kalfjes. “Dat zijn ze,” legt Marie-Jeanne me uit, waarna ze me van alles over de boer vertelt, over zijn zieke vrouw, over zijn zoon die aan de Sorbonne letteren heeft gestudeerd, en andere dingen… Het hoeft geen betoog, het eten was een feest.

Goedgeleefd vlees

Als een dier een behoorlijk leventje heeft gehad, wil ik hem graag opeten. Eens gaan we allemaal dood, als het leven ervoor maar de moeite van het leven waard was. Ik beschouw mezelf als een diervriendelijke carnivoor. Voor mensen die in de stad wonen is het niet makkelijk. Hoe kom je aan goed-geleefd vlees? De etiketten op de vleesproducten in de Intermarché, in Carrefour of Auchan zijn zo langzamerhand hele romans geworden, en je wordt weinig wijzer. Als het uit Oekraïne komt – kip bijvoorbeeld – leg ik het ingepakte schaaltje vlees meteen terug. Maar vaak weet je het niet. Dan maar geen vlees. Elke dag vlees – wat een onzin eigenlijk! Van alle Franse koningen was Hendrik IV het meest populair. Waarom? Omdat hij ervoor heeft gezorgd dat alle Fransen, zelfs de armste, zich op zondag een ‘poule au pot’ konden veroorloven. Dat was één keer in de week.

Goed, nu ik toch over mijn gewetensbezwaren ben begonnen, wil ik nog even iets aanroeren wat mij troebleert. Het betreft de consumptie van kalfsvlees. Bij melkkoeien worden de jonge mannetjesdieren geslacht – want wat zou je ze houden, ze geven toch geen melk. Ze houden is onrendabel. En als je ze dan toch afmaakt, dan kun je ze beter opeten, dan was hun dood nog ergens goed voor. Tja – het zal wel…  Een ding is zeker, kuikens vermorzelen op een lopende band – nee!

Sorry, comments for this entry are closed at this time.